Langzaam staat de ene man op van tafel. Rustig doch vastberaden loopt hij naar het midden van de kamer, gaat op zijn buik op de grond liggen, de handen ontspannen naast het lichaam, en stopt zijn hoofd onder het vloerkleed. De ander denkt na, gaat dan zitten en legt zijn hoofd plat op tafel, de mond opengesperd. Vervolgens zoekt de eerste man naar een nieuwe pose, waarin moedeloosheid of doodsangst gepaard gaat aan een zekere vervreemding. Het is de beginscène van Bambie 14, de nieuwe voorstelling van de groep die zijn voorstellingen geen aparte titel geeft, maar eenvoudig een volgend nummer. Bambie 14 gaat over moord, overspel en wanhoop, kortom over liefdesdelicten. Het is een uitwerking van de studie die het gezelschap eerder (onder de titel Bambie 11 - een experiment) maakte. De beginbeelden zijn geïnspireerd door oude politiefoto's.

Vooral in de eerste helft van de voorstelling worden met grote inventiviteit allerlei variaties op het thema 'moord en doodslag' onderzocht. Met hun mime-achtergrond zijn Paul van der Laan en Jochem Stavenuiter meesters in de beweging. Ze suggereren veel met weinig en ze zijn heel goed in het van elkaar overnemen, uitvergroten of doen veranderen van emoties. Het wordt bijna een choreografie van twee verloren zielen, waarbij de een soms slachotffer is en dan weer dader. Dat leidt tot een aantal heel erg geestige scènes. Jochem Stavenuiter maakt een hilarische act van de man die zijn liefdesverdriet verdrinkt en vervolgens, totaal bezopen, op zoek gaat naar een touw om zich te verhangen.

Het decor suggereert verschillende huiselijke plekjes, een achterkamer, een zijkamertje, een centraal bed, een eettafel. In de linkerhoek wordt vanuit een eenvoudige studio af en toe een radioprogramma uitgezonden, een soort inbelprogramma "Zegt u het maar, mevrouw.... ". De hele sfeer ademt de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw uit. "Morgen gaat het beter, beter, beter!", klinkt het uit de grammofoon.

In het tweede deel wordt een overspeldrama uitgewerkt en eigenlijk wordt de magie dan doorbroken. Het wordt een beetje lullig en nog steeds wel grappig, maar lang niet zo briljant als het eerste deel. Tekst is eenvoudig niet het sterkste onderdeel van Bambie. Ze zijn meesters in de vervreemding en in het vinden van krachige beelden voor universeel gevoelde emoties. Heel mooi is bijvoorbeeld hoe ontroerend er wordt gedanst met de vrouw, in dit geval slechts verbeeld door een kleerhanger met een jurk eraan.