Wie het duo Kas & De Wolf de afgelopen jaren enigszins gevolgd heeft, kan zich hun overstap naar De Harries goed voorstellen. Hun zoektocht naar de grenzen van het theater leidde volgens eigen zeggen tot cynisme, in zichzelf gekeerdheid en publieksvijandigheid.' Jarenlang dreigde het duo ermee op te houden, om telkens nog een allerlaatste afscheidsvoorstelling te maken. Het getob vanuit de marge leidde soms tot navelstaarderij, maar ook tot prachtvoorstellingen, zoals Desperado, samen met Jim van der Woude en Rene van t Hof. De laatste jaren, zoals vorig seizoen in Mensch durf te leven met Sylvia Kristel, verschenen zij regelmatig als De Jantjes, achteraf bezien een voorloper voor De Harries.
Als De Harries is het duo nu herrezen. Lichtvoetig entertainment wil het voorheen zo zwartgallige duo brengen, variete, een gezellige avond uit voor het publiek....
Twee moderne barkrukken en een fles witte wijn staan er op het podium. Als Harrie (De Wolf) opkomt, moet hij bekennen dat er wat kleine probleempjes zijn. "Maar ja, je moet door, he. Zu zjoow must go on." Met zijn uitgestreken smoelwerk, zijn lange, slungelige lijf gestoken in een glitterpak, houdt hij een monoloog. Over de problemen met Harrie (Kas) die zich achter het gordijn verschanst heeft en weigert op te komen. Wat volgt is een kleine anderhalf uur slap geouwehoer over (bijna) niks. Superieur slap geouwehoer, dat wel. Het minimalisme wordt door De Harries absoluut tot kunst verheven.
Het cliche is door hun favoriete uitdrukkingsvorm: "Maar ja, je moet door, he." zegt Harrie om de haverklap en zo zijn er meer van die dooddoeners die in alledaagse gesprekjes te pas en te onpas terugkeren. Ze verwijzen zowel naar de gewone werkelijkheid (gesprekjes in de wachtkamer bij de dokter) als naar de praktijk van het theatermaken en werken daardoor dubbel geestig.
Veel van de ogenschijnlijk simpele technieken van het duo valt terug te brengen naar die van het klassieke clownsduo, de aangever en de intikker. Het procede van om beurten off-stage verdwijnen geeft de een de mogelijkheid om flink af te geven op de ander. Op geraffineerde wijze wordt zo het publiek telkens deelgenoot gemaakt en indirect wordt flink commentaar geleverd op het vak van theatermaker.
Hoelang De Harries nog verder kunnen varieren op dit recept - het maken van voorstellingen waarin eigenlijk helemaal niks gebeurt-, is de vraag, maar voorlopig zijn ze nog steeds meesters in het genre.