Afgemeten aan de kale feiten, is het een geslaagd gezin: hij heeft een mooie baan bij de omroep, zij maakt carrière in de politiek. Succesvolle veertigers zijn het, met een zoon van zes en een dochter van vier. Na vijf kwartier Quality time ziet het plaatje er heel anders uit: twee totaal verknipte ouders, typische exponenten van de welvaartsgeneratie: opgegroeid met zelfontplooiing als belangrijkste opdracht in het leven. Door en door egoïstische, verwende en neurotische types. Voor de kinderen
is al helemaal geen aandacht. Het gezin als de grote vernietiger.
Joan Nederlof schreef Quality time, haar tweede stuk na Brünnhilde 40+, en het is opnieuw een intelligente en geestige tekst, geschreven op de huid van de tijd en met veel gevoel voor timing. De dialogen zijn onnavolgbaar snel en schieten alle kanten uit. De echtelieden (Marcel Musters en Joan Nederlof) doen niet voor elkaar onder in aandachttrekkerij, om beurten slaan zij door in totale hysterie. Duidelijk wordt dat hun grenzeloos egoïsme het gevolg is van de nodige kwetsuren uit hun jeugd. De man is bang dat hij een nul is en dat is kennelijk vroeger zo vaak tegen hem gezegd dat hij nu niets anders meer hoort dan dat. De vrouw is voortdurend bang om in de steek te worden gelaten, ze is gefixeerd op haar uiterlijk en eet alleen slim fast food. Faalangst is een andere belangrijke drijfveer, haar credo luidt: alles gaat fout! Beide personages worden zo overdreven neergezet en gespeeld dat ze bijna weer geloofwaardig worden. Marcel Musters en Joan Nederlof spelen de egoïstische monsters met verve en Lineke Rijxman en Willem de Wolf zijn volstrekt overtuigend als vroegwijze kinderen.
Het stuk speelt zich af op een avond en de volgende ochtend in de woonkamer. Hartverscheurend is de rol van de zoon (door Willem de Wolf fraai tragikomisch neergezet) die zijn eigen fixatie heeft: hij moet de volgende dag voor het eerst in het diepe zwemmen en hij is doodsbang. Met zijn lek geprikte vleugeltje klampt hij zich vastberaden maar vergeefs vast aan de bank. Niemand luistert naar hem, behalve het bijdehante zusje dat op haar vierde al een pijnlijk inzicht blijkt te hebben in de emotionele huishouding van de ontredderde gezinsleden. Zij slaagt er behendig in om munt te slaan uit de totale chaos en zorgt ervoor dat zij krijgt wat ze wil en dat moeder zowaar haar belangrijke vergadering verzet om met het bange zoontje mee te gaan naar het zwembad. Zo eindigt dit inktzwart portret zowaar met een voorlopig happy end.