Zelfspot kan de dames niet ontzegd worden. Hulpeloos en van top tot teen in verband gewikkeld zitten of liggen ze in rolstoel en ziekenhuisbed. 'Gute Nacht' zingt de verpleger, 'morgenfrüh, wenn Gott es will, wirst du wieder geweckt.' De klinische omgeving met een wit gordijnrek en witte nachtkastjes op wieltjes versterken het beeld van een verpleeghuis of bejaardenoord. Zodra de verpleger vertrokken is, beginnen de oudjes echter te bewegen. Voorzichtig eerst, met schuchtere gebaren, bijna verwonderd over de schaduwen die ontstaan door een simpele handbeweging; later steeds stoutmoediger en vol van nauw verholen opwinding.
ZWANEN-ZANG is een voorstelling van Karina Holla over de schoonheid van het ouder wordende lichaam en dan in het bijzonder dat van dansers. Choreografe Bambi Uden, danseres Pauline Daniëls en actrice Elsje de Wijn zijn de vijftig ruimschoots gepasseerd, al zijn ze nog lang niet hulpbehoevend. Als ze eenmaal uit het verband zijn gewikkeld, leven ze op, zeker als ze bloemetjesjurken krijgen aangereikt en damestasjes. Mooi is dat plotselinge verlangen naar vrolijkheid en schoonheid en eigenlijk een beetje flauw dat ze dan meteen weer elkaars tasje willen afpikken. De voorstelling is een aaneenschakeling van losse fragmenten: een verhaal over een stervende zwaan die ze uit het ijskoude water probeert te redden, flarden herinnering aan de balletlessen van vroeger en veel korte dansfragmenten. Vooral Elsje de Wijn zorgt voor de komische momenten en de enige man, choreograaf en danser Andreas Denk, leent zich gedienstig als verpleger, aangever en tasjesdief.
Karina Holla heeft in de loop van jaren een heel eigen stijl van acteren en bewegen ontwikkeld, waarin ze zich vooral laat inspireren door mensen met een grote passie, vaak bijzondere persoonlijkheden uit de beeldende kunst, film of literatuur. In deze voorstelling staat het naderende verval centraal, de aftakeling van het lichaam. Moeilijk om te accepteren voor ieder mens, maar ongetwijfeld nog meer voor diegenen die hun lichaam altijd gebruikt hebben als expressiemiddel. Op papier een mooi idee, dat in de uitwerking niet altijd even gelukkig uitpakt. De dialogen zijn soms uiterst matig - flauwe, melige grappen - en ook de dansfragmenten zijn niet allemaal even spannend. De herinneringen aan de balletlessen van vroeger zijn best grappig maar gaan niet veel verder dan het anekdotisch niveau. De Zwaantjes uit Tsjaikovski's beroemde Het zwanenmeer ontbreken natuurlijk niet, maar de dilemma's, de frustraties en de hoop van de ouder wordende danser, daar komen we niet veel over te weten. De woede over het tekortschietende lichaam, de angst voor verdere aftakeling, de kracht ook van een lichaam dat strammer is geworden maar heel veel kan uitdrukken, het blijft allemaal aan de oppervlakte. Af en toe is er een mooi beeld of een ontroerend moment, maar de passie, waar Holla haar leven lang zo op zoek naar is geweest, ontbreekt in deze voorstelling nagenoeg.