Wat hebben dromen ons te zeggen? Bestaan er gemeenschappelijke dromen en zo ja, wat onthullen ze over de tijd waarin we leven? Vanuit een fascinatie voor de nachtelijke droomwereld ontwikkelde theatermaker Zephyr Brüggen Het dromenpaleis. Een duidelijk antwoord op de vraag krijgen we niet.
In het Amsterdamse Bostheater is een intieme ruimte gecreëerd. Naast het hoofdpodium is een ronde tent gemaakt van rode gordijnen, met de bomen als dak. Op de tribune passen maar zo'n dertig toeschouwers, er wordt elke avond twee keer gespeeld. Voorin staat een miniatuurtheatertje, niet groter dan twee bij twee meter.
Het is geïnspireerd door het miniatuurtoneel van Baron van Slingelandt, dat toevallig deze maand nog te bezichtigen is in het Allard Pierson Museum. Het beroemde kamertoneel is een maquette van de Amsterdamse Schouwburg uit 1781, compleet met schuivende coulissedecors waarmee kon worden gedemonstreerd hoe theater werkte.
De voorstelling is gemaakt door een tijdelijk collectief van theatermakers en kunstenaars, samengebracht door Zephyr Brüggen (concept en regie) en performers Han Ruiz Buhrs (tevens scenografie) en Niels Kuiters (tevens muziek/geluidsontwerp). Beeldend kunstenaar Eos Brüggen ontwierp de miniatuurdecors, samen met filmmaker Kiriko Mechanicus.
Het Dromenpaleis begint met een korte beschrijving van dromen. De twee performers vertellen sec om beurten een droom, eerst een datum, dan het verhaal. Een aantal archetypische dromen keert geregeld terug: gevangen zijn of worden, de weg kwijt zijn, familiefeesten met ongewenste gasten of gebeurtenissen, duiken in een zwembad dat blijkt te zijn gevuld met ongewenste substanties, transformaties, verkleinen en/of vergroten, seksuele spanning, niet zelden geprojecteerd op iemand voor wie men in het gewone leven een flinke afkeer heeft (zeg: Poetin), de angst voor oorlog of een apocalyps, in het bos lopen.
Het is een selectie van de 487 dromen die zijn verteld tijdens een aantal droomworkshops die de afgelopen maanden in Amsterdamse wijktheaters hebben plaatsvonden. Mensen hebben daarbij hun dromen gedeeld en geprobeerd om onderliggende patronen en verbindingen te ontdekken. Is het persoonlijke politiek, ook onze dromen en nachtmerries?
Mooi idee: een soort collectief droomdagboek van de stad. Het concept is ontleend aan Het Derde Rijk der dromen dat de Duitse journaliste Charlotte Beradt eind jaren dertig van de vorige eeuw samenstelde. Naarmate de nazibeweging aan invloed won, kreeg zij meer last van nachtmerries en ze vroeg zich af of andere mensen diezelfde ervaring hadden. Dat bleek zo te zijn: de dromen uit die tijd zijn te lezen als de reflectie op een terreurbewind.
Nadat ze een aantal dromen van papier hebben opgelezen, stappen de twee performers opzij en gaat het minitheater open om een bos te onthullen. Langzaam komt er een zeepaardje tevoorschijn dat gedurende de hele voorstelling van iets meer dan een uur prominent boven alles uittorent. Een lief symbool dat niet per se veel voorkomt in dromen. De performers schuiven zonder verder te spreken voortdurend schotten in en uit om zo het decor te transformeren.
Er zijn geen acteurs, het decor vertelt verder het verhaal. Het bos wordt vervangen door witte panelen waarop wordt getekend: flatgebouwen schieten uit de grond, een kerktoren verrijst. Op een van de panelen worden af en toe teksten geprojecteerd: soms zijn fragmenten herkenbaar uit de zojuist vertelde dromen. De panelen verdwijnen om plaats te maken voor een golvende zee, een zon erboven, een meeuw vliegt langs. De zee wordt strand, het strand een bewegende massa waarop balletjes worden gegooid. Licht, schaduw en beweging bepalen het ritme.
Het Dromenpaleis doet denken aan de kartonnen pop-updecors van Steef de Jong en ook aan de voorstellingen van Plankton waarin bewegende maquettes en objecttheater het verhaal vertellen, zoals in het geweldige Er rent een berg voorbij.
Het is een mooi idee om het miniatuurtheater opnieuw tot leven te wekken en te koppelen aan de fascinerende wereld van de dromen en dan vooral aan de hand van de interessante vragen die de makers stellen. In de praktijk blijven de voorgelezen dromen en de getoonde taferelen, hoe liefdevol ook gemaakt, toch als Fremdkörper naast elkaar staan. Hoewel een aantal fragmenten van de voorgelezen dromen wel terugkeert in de afbeeldingen, versterken ze elkaar niet. De beelden vertellen een eigen verhaal, waarin de wereld steeds verder wordt volgebouwd. Uiteindelijk leidt dat tot vernietiging: aan het eind keren de flatgebouwen en de kerktoren terug, zwartgeblakerd en kapot. De performers staan ernaast als een soort poortwa