Inmiddels zijn er meer dan 325.000 exemplaren verkocht van Het Pauperparadijs (2010)van Suzanna Jansen en ruim 100.000 mensen zagen de afgelopen zomers de gelijknamige voorstelling in het Drentse Veenhuizen. Deze zomer staat Het Pauperparadijs in Carré, een speciaal voor het theater aangepaste bewerking van het succesvolle muziektheaterspektakel, met onder meer Dragan Bakema, Paul R. Kooij en Peter Drost. Het verhaal spreekt dan ook enorm tot de verbeelding. Generaties stadskinderen en armen werden in de negentiende eeuw op transport gezet naar Veenhuizen waar ze in gestichten werden gedrild tot 'fatsoenlijke burgers'. Initiatiefnemer Johannes van den Bosch wilde met zijn Maatschappij van Weldadigheid de stadse paupers verheffen door onderwijs en stevig lichamelijk werk in de buitenlucht. Ondanks de goede bedoelingen liep het grandioos mis.Tom de Ket (samen met George van Houts de drijvende kracht achter de succesvolle theaterserie De Verleiders) maakte er een activistische voorstelling van vol melodrama, bevlogen ideeën en soms wat geforceerde parallellen naar de actualiteit. Een musical met gevarieerde muziek van Lavalu, van een variant op 'Bij ons in de Jordaan' waarin wordt gezongen van ' Hela hola Holadiejee' tot meeslepende blues en harde rock. In Veenhuizen werd de voorstelling buiten gespeeld, tussen de gebouwen waar het verhaal zich afspeelde; voor Carré heeft ontwerper Michiel Voet een nieuw decor ontworpen met spectaculaire videoprojecties. Centraal in de voorstelling staat de jonge Amsterdammer Teunis (een ontwapenende Steyn de Leeuwe) die in Veenhuizen verliefd wordt op Cato (Margreet Boersbroek), de dochter van een bewaker. Een onmogelijke liefde vanwege het standsverschil en hun verschillende religieuze achtergrond maar als Cato zwanger blijkt, moeten ze wel trouwen. In korte scènes wordt veel heen en weer geswitcht tussen Amsterdam (de wel erg larmoyant uitgespeelde armoe in de Jordaan), Den Haag (waar het parlement vergadert over de 'overheidssteun aan paupers'), Nederlands-Indië en Veenhuizen. Dragan Bakema speelt de rol van de idealistische Johannes van den Bosch genuanceerd en overtuigend en hij zet in een dubbelrol ook de vader van Cato treffend neer. Er wordt over het algemeen uitstekend gespeeld, gezongen en gemusiceerd en gedanst, al is het soms allemaal iets teveel van het goede. En wordt de emotie soms teveel uitgesponnen, zoals wanneer Teunis zijn geliefde Cato kwijt dreigt te raken en hij dan – heus heel gevoelig, dat wel – gaat zingen: "Ik raak haar kwijt'. Paul R. Kooij is de verteller die de grote sprongen in tijd en plaats overbrugt en het publiek confronteert met vragen: hoe zit dat eigenlijk tegenwoordig? Zijn de problemen met voedselbanken en schuldsanering van nu niet te vergelijken met de negentiende-eeuwse armoe? Dat is wel erg kort door de bocht. 'Doen of niets doen, dat is de vraag', roept Kooij, en hij richt zich vervolgens tot het publiek met de vraag of we niet een nieuw soort Maatschappij van Weldadigheid moeten oprichten. Voor vijf euro per week kunnen we de armoe uitroeien. Na afloop zocht ik vergeefs naar een flyer om steun te betuigen.