Zo op het eerste gezicht een modelgezin: vader, zoon, moeder, dochter. Die illusie duurt niet lang. Net als in Aars, onlangs op het repertoire bij Het Toneelhuis, sijpelen geweld, verval en ontbinding onontkoombaar de familievertrekken binnen in hun nieuwe voorstelling, Brandbakkes. Anders dan in Aars is het resultaat een even humoristische als gruwelijke enscenering van een knap geschreven toneelstuk.

Brandbakkes is geschreven door de jonge Duitse toneelschrijver Marius van Mayenburg die zich verwant toont aan Werner Schwab, vooral in de manier waarop hij schijnbaar alledaagse verhoudingen gaandeweg laat exploderen. Letterlijk in dit geval, want aan het eind steekt de zoon, Kurt, die geobsedeerd is door vuur, zichzelf en de zijnen in de fik.

Het stuk is knap opgebouwd. Langzaam maar zeker worden de contouren van de familieverhoudingen duidelijk. Vader verslindt de krant en dan vooral de artikelen over een seriemoordenaar van prostituees. Moeder zorgt voor het eten en projecteert haar eigen eenzaamheid op haar dochter. Het gebrek aan aandacht en liefde maakt dat de kinderen vooral op elkaar zijn aangewezen. Op het moment dat de seksualiteit is ontwaakt, in hun puberteit, ontstaat een incestueuze relatie tussen broer en zus. Hun afkeer van het lichamelijke verval en de geestelijke leegte bij hun ouders wordt mooi inzichtelijk gemaakt. Intussen maakt Kurt s nachts strooptochten door de stad met eigengemaakte brandbommen. Kerk, school, een fabriek, alle mogelijke maatschappelijke instituten worden door hem in brand gestoken. Van kwaad tot erger gaat het en de ouders zien machteloos toe.

De vormgeving van dit familiedrama is ijzingwekkend strak en konsekwent. Kilte overheerst in de woonvertrekken, waarin losstaande elementen staan: een bed, een wastafel, een wc, een tafel. De felle belichting versterkt nog die sfeer van genadeloosheid, er is geen ontkomen aan. Tussen de fragmentarische scenes door worden op de twee deuren videofragmenten vertoond waarin Kurt trots de ingredienten voor zijn brandbommen toont. Zo nu en dan wordt de scene even stilgezet en uitgelicht, alsof een onzichtbare hand een familiekiekje maakt.

De vijf acteurs, want behalve de gezinsleden is er ook nog sprake van een buitenstaander, een vrijer van Olga, spelen buitengewoon knap. Alice Reijs en Jan Bijvoet zijn schitterend als pubers vol verzet tegen de weinig vreugdevolle wereld om hen heen. Het verlangen naar vuur en de hoop op een radicale afrekening wordt overtuigend en zeer herkenbaar neergezet.