Als een van de acteurs zijn ogen zwart schminkt voor de spiegel, om zich daarna op harde muziek uit te leven in een imitatie van een echte rock'n rollstar, dan slaat de vonk even over. In een voorstelling die moet gaan over hoe jongeren van nu hun dagen doorbrengen, is muziek en dans onontbeerlijk. Rondhangen met een gettoblaster, veel in spiegels en etalageruiten kijken, cool en sexy zjn en dromen van een ander leven later, ooit.
In 5 geen sprookje heeft theatergroep Huis aan de Amstel onder leiding van Liebeth Coltof een voorstelling willen maken over de jongeren van nu. Niet zomaar jongeren, maar de kids van de als problematisch bekend staande Amsterdamse wijk Overtoomse Veld. Twee maanden lang brachten de acteurs hun dagen door in Amsterdam-West, om tenslotte op basis van wat ze gehoord en gezien hadden een voorstelling te maken.
Na de geslaagde producties BIjna Was Ik Goed (over verstandelijk gehandicapten) en Thuis (locatieproject in de Bijlmer) is 5 opnieuw een voorstelling waarin de goede bedoelingen voorop staan. Helaas is de groep er ditmaal niet in geslaagd een goede vorm te vinden om haar sociale en politieke betrokkenheid theatraal te illustreren.
In het persbericht legt Liesbeth Coltof uit dat de voorstelling niet probeert het leven van de jeugd in het Overtoomse Veld (en in al die andere probleemwijken) realistisch weer te geven en voor die keuze valt wat te zeggen. De acteurs geven een beeld van de wereld "achter de zichtbare werkelijkheid", aldus Coltof. Dat resulteert in een voorstelling die laveert tussen scenes die zich op straat afspelen, sterk gestileerd, en reflecties vanuit een ander (wit, intellectueel, artistiek) bewustzijn. Zo wordt een verhaal verteld over de Minotaurus dat mijlenver afstaat van de belevingswereld van jongeren. Of er wordt een schilderij getoond van Jan Voerman, over wie verteld wordt dat hij als jongetje ook gepest werd. Zit die scene erin om aan te tonen dat agressie onder schoolgaande jeugd van alle tijden en culturen is? Dan is het wel een erg omslachtige manier om iets te beweren. Zo zijn er meer fragmenten die ver uit de buurt blijven van waar het toch allemaal om begonnen was. Meer inzicht in de jeugdcultuur krijg je er niet door, hooguit een idee van hoe groot de afstand tussen de theatermakers (oneerbiedig gezegd: het witte establishment oftewel het grachtengordelcircuit) en de probleemjongeren is gebleven. De voorstelling geeft geen beeld van de agressie, frustraties, angst, het tegen mekaar opboksen, de verveling, armoede, oppervlakkigheid, saaiheid en de culturele botsingen in zo'n wijk, noch van de vast en zeker ook wel aanwezige creativiteit of lol.