Clyde en Bonnie doen wel een beetje denken aan hun beroemde naamgenoten: ze zijn jong, verschrikkelijk verliefd, ze hebben allebei een rotjeugd gehad en dringend geld nodig. Zij heet ook echt Bonnie, hij heet eigenlijk Werner, maar ze noemt hem van het begin af Clyde. Zo lijkt het alsof ze bij elkaar horen. Het toneelstuk van Holger Schober uit 2009 won de Oostenrijkse jeugdtheaterprijs Stella en is nu door Ad de Bont, een van de genomineerden voor de Olifant 2011, geregisseerd bij de Toneelmakerij.
In korte fragmentarische scènes zien we hoe ze elkaar ontmoeten en hoe ze langzamerhand steeds meer gaan lijken op hun beroemde naamgenoten. Vanaf hun eerste ontmoeting vliegen de vonken er van af.
De voorstelling gaat vooral over de kracht van de liefde: over twee jonge mensen die al vroeg hebben geleerd te overleven in plaats van lief te hebben. Hun achtergrond is die van geweld, incest, alcohol en eenzaamheid. Gevoelens tonen is gevaarlijk: huilen kan Bonnie niet meer. Chiem Vreeken en Laura de Boer spelen de titelrollen, mooi stoer, cool en toch kwetsbaar. Het loopt natuurlijk slecht af, net als hun naamgenoten gaan ze op een gegeven moment banken beroven. Ze dragen maskers van Khadaffi en Berlusconi en ze gebruiken plastic kogels. Even knullig als vastberaden. De tiende keer loopt het verkeerd af en we zien hen, omgeven door een cordon van politie-agenten. Desondanks is het een ontroerende, geestige en zelfs hoopvolle voorstelling, geschikt voor iedereen vanaf vijftien jaar.
Bonnie: Hoe staan we ervoor?
Clyde: Smerissen zover het oog reikt.
Bonnie: Voorstel?
Clyde: Jij de rechter 150, ik de linker 150 en de 150 in het midden, dat zien we wel.
Bonnie: Beroemde laatste woorden?
Clyde: Geen.
Bonnie: Ik hou van je.
Clyde: Ik ook van jou.