Uiteindelijk wordt iedereen bedrogen in Volpone van Dood Paard. Het stuk van Ben Jonson, een tijdgenoot van Shakespeare, is een meedogenloze satire over hebzucht en begeerte. Volpone (Italiaans voor 'grote vos') dateert uit 1605 maar is vertaald en bewerkt door de leden van Dood Paard, in lekker sappig klinkend Nederlands dat swingt en rijmt en nergens gedateerd aandoet.
Het verhaal gaat over een listig heerschap, de vos Volpone, die zijn kennissen wijsmaakt dat hij op sterven ligt. In de hoop op een deel van de erfenis, komen ze met dure giften. Intussen begeert Volpone de mooie Celia, die is getrouwd met een Venetiaanse edelman. Het leidt tot een ingewikkelde intrige met een veelheid aan personages die gespeeld worden door de zes acteurs. Eenvoudig door een pet of een pruik op of juist af te zetten of iets anders aan te trekken, schakelen de acteurs van karakter. In het begin is dat wat verwarrend maar gaandeweg wordt steeds duidelijker wie wie is. Het is een barokke voorstelling, vol bont uitgedoste types: Volpone draagt een roze schaatsmuts; de kooplui hebben blote benen en sexy, gehaakte hemdjes aan; de vrouwen laarsjes met bont afgezet, zwart doorzichtig kant, een opzichtige nepgouden kroon. Het tempo is hoog; voortdurend wordt een van de talloze toneelbrede gordijnen die achter elkaar hangen met touwen opgetrokken of neergehaald, overigens zonder dat dat een duidelijke functie heeft, anders dan te refereren aan een van de speelprincipes van Dood Paard. Laten zien wat er gebeurt; in ieder stuk en achter elke verkleedpartij blijven de acteurs als individuele persoonlijkheden voelbaar en zichtbaar. Volpone is ook te zien als commentaar op de bekendmaking in augustus dat Dood Paard na ruim twintig jaar spelen als collectief de meerjarige subsidie van het Fonds Podiumkunsten verliest. Dat is zeker een gemis in een toch al verschralend cultuurlandschap waar gezelschappen als Dood Paard een zeldzaamheid lijken te worden.
Hoe dan ook, in Volpone tovert het gezelschap als vanouds. Er wordt zelfs knap gegoocheld met een zaklampje door een goed spelende Jorn Heijdenrijk in de titelrol. Het is een vrolijke chaos, waarin duidelijk wordt dat de spelers met veel plezier laten zien hoe boontje weer om zijn loontje komt. Uiteindelijk wordt in een hilarische rechtbankscène het lot van eenieder beslecht. Hopelijk wordt binnenkort door de kunstcommissie-rechters anders beschikt over het lot van Dood Paard.