Achteraf bezien had Augustus liever wat meer tijd gehad om eens een paar weken met zijn gezin te kamperen in Bertagne of hij had toneelspeler willen worden. Keizer Augustus is oud en der dagen zat op het moment dat Jules Terlingen zijn toneelstuk laat beginnen. De imperator wordt door Terlingen afgeschilderd als een uitermate zwak heerser, die in Forza Caesari wordt geconfronteerd met drie illustere voorgangers: Julius Caesar, Marcus Antonius en Cleopatra.

Erg gezellig is het weerzien tussen de oude vrienden respectievelijk ex-geliefden niet. Cleopatra, die zowel met Caesar als met Marcus Antonius een verhouding heeft gehad, is woest dat Augustus, de stiefzoon van Julius Casar, uiteindelijk keizer is geworden van Rome inplaats van Caesarion, het kind dat zij Julius Caesar baarde. De slaaf die naar Rome wordt gezonden op zoek naar sporen van Caesarion, komt terug met ontgoochelende berichten. Caesarion blijkt in een grijs verleden te zijn omgebracht door Augustus en zelfs de standbeelden die van Julius Caesar en Marcus Antonius gemaakt zijn, zijn inmiddels oud en verweerd. Ook de hele groten, al heten ze onsterfelijk, zijn ten ondergang gedoemd, lijkt Jules Terlingen te willen beweren.

Er wordt flink in de tijd heen en weer gesprongen in het stuk, dat geconstrueerd is als een droom of beter gezegd als een nachtmerrie van de oude Augustus. Veel meer dan karikaturen worden de personages niet. Diane Lensink speelt Cleopatra als een lekker valse intrigante, uitgedost met een griezelig echt uitziende roofvogel op haar hoofd; de Caesar van Jack Vecht is een schuimbekkende dwingeland en Dik Boutkan maakt van Marcus Antonius een mateloze slemper. Adri Verberne zet een gedweee Augustus neer, ("je bent een spijtschijter", schampert Julius Caesar) waarvan niet duidelijk wordt waarom hij uberhaupt wordt opgevoerd. De eigenlijke held van het stuk wordt gevormd door Cornelis Schenk, die als de slaaf Polycleitos zorgt voor hilarische momenten. Als een kleine kruidenier die net een bijscholingscursus voor middenstanders achter de kiezen heeft, heeft hij zich tot de tanden toe gewapend tegen het dedain van de machthebbers: "Kunt u nu even zeggen of u straks nog wat wilt eten? Ik moet rekening houden met de inkoop."

Hoewel de tekst bij tijd en wijle erg geestig is, het decor prachtig is en er aardig wordt gespeeld, blijft toch vooral de vraag hangen wat Jules Terlingen nu eigenlijk heeft willen zeggen met zijn Forza Caesari. Het is een vermakelijk spel om de groten van deze aarde te reduceren tot gewone, eigenlijk nogal ordinaire mensen en ze confrontaties te laten aangaan die in werkelijkheid alleen al chronologisch nooit hadden gekund. Wanneer je er vervolgens niet veel meer mee doet dan hen verbaal wat heen en weer te laten pingpongen, blijft de voorstelling teveel steken in jolijt zonder diepgang.