Om hun opspelende nierkwaal te bestrijden, slaan de broers in ongekend tempo grote glazen water achterover. De ouderdom en het onherroepelijke verval noemen ze het grootste kwaad, de dood is ten slotte een bevrijding van het alledaags getob. Levensgezellin Leentje is onlangs gestorven en nu hebben ze alleen elkaar nog om te mopperen, herinneringen op te halen en stiekem troost te zoeken.

De Nijl is in Cairo aangekomen is voor een groot deel gebaseeerd op Schijn Bedriegt van Thomas Bernhard, gelardeerd met filosofische teksten van onder andere Schopenhauer, Montaigne en Pascal. Waarom Bernhard bij de bronvermeldingen niet genoemd wordt, is mij een raadsel want de verwijzingen zijn legio. Hier heten ze Peter en Frank, naar de voornamen van de acteurs, in Schijn Bedriegt Karl en Robert. Peter heeft evenals Karl carriere gemaakt als jongleur, Frank was net als Robert toneelspeler die zijn grootste faam verworven heeft als Tasso in Goethe's gelijknamige toneelstuk. Wanneer Frank moppert dat hij nu al zijn leesbril nodig heeft om zijn teennagels te knippen, is dat rechtstreeks uit Schijn Bedriegt afkomstig en zo zijn er legio verwijzingen. De acteurs spelen er ook mee, getuige bijvoorbeeld hun identieke, glimmend gepoetste schoenen die verwijzen naar het schoenenfetisjisme dat Bernhard een van de broers toebedicht.

Hoe dan ook, Cie. de Koe maakte een intelligente en geestige bewerking van het stuk, waarvan de ietwat mysterieuze titel aan Schopenhauer schijnt te zijn ontleend. Mooie teksten over de zin en zinloosheid worden afgewisseld met alledaags gesteun en getob over kwalen en kwaaltjes. Vooral Frank beweert in hevige mate aan het bestaan te lijden, al kan hij van de koekjestrommel niet afblijven. Peter is meer van het Spartaanse regime; hij propageert een dagelijks koud bad, sobere maaltijden en stevige wandelingen in de frisse lucht. "Verdragen, lijden en zwijgen" citeert hij met kennelijke instemming een Mexicaanse visie op het menselijk bestaan.

In de lichte en heldere stijl van Cie. de Koe blijven de acteurs dicht bij zichzelf. Focketyn maakt wat meer een grovve karikatuur van zijn personage, terwijl Van Den Eede als het ware met een fineliner de contouren van zijn rol neerzet. Samen vormen ze een onweerstaanbaar duo dat razend knap balanceert tussen hoogdravende filosofische inzichten, aardse beweegredenen en pure slapstick. Steeds komischer wordt de voorstelling naarmate de personages, gekweld door hun nieraandoeningen, zich in acrobatische toeren over de vloer voortbewegen, intussen rustig doordebatterend over de hogere dingen des levens. Dat onder het ascetisme van Peter een grote woede schuilgaat, wordt langzaam maar zeker duidelijk. Desondanks merkt hij op: "Ik bruis van levenslust", en ook deze voorstelling bruist in hoge mate.