Wat blijft er over wanneer je alles weghaalt wat de toeschouwer eventueel af zou kunnen leiden: decor, kostuum, rekwisieten, muziek en zelfs de minder belangrijke rollen? Wanneer je een acteur in zijn eentje vrijwel zonder te bewegen in het halfdonker laat staan, het hoofd licht gebogen, de handen naast het lichaam? Zodat alleen de stem van de acteur en de tekst alle aandacht opzuigen.

In zijn nieuwe voorstelling onderzoekt regisseur Erik Whien hoe ver je kunt gaan in het maken van theater met minimale middelen. Eerder maakte hij bij Toneelschuur Producties onder andere het veelgeprezen Who's Afraid of Virginia Woolf?en Oom Wanja.

Nu heeft hij gekozen voor De wereldverbeteraar(1978) van Thomas Bernhard, dat indertijd veel succes had met in de hoofdrol de fameuze acteur Bernhard Minetti en ook hier nog steeds geregeld wordt uitgebracht. Het stuk gaat over een oude en ziekelijke professor die een eredoctoraat krijgt voor zijn filosofische verhandeling met als strekking: we kunnen de wereld beter maken door haar af te schaffen. Het stuk is zo zwartgallig als Bernhard maar zijn kan: een cynisch betoog tegen de wereld, de mensheid, de kunst, (vooral) Zwitserland, de liefde en uiteindelijk zichzelf. Het stuk bestaat in feite uit één lange monoloog waarin de oude knorrepot voortdurend aan het kankeren is, tegen zichzelf maar ook tegen een vrouw die zijn assistente is of zijn huishoudster. Soms noemt hij haar 'mijn liefste' maar meestal beschimpt hij haar.

De rol van de vrouw, die oorspronkelijk gespeeld zou worden door Suzan Boogaerdt, is in overleg geschrapt vanwege het concept dat gaandeweg minimalistischer werd. In het programmaboek wordt uitgelegd dat tijdens het repetitieproces steeds meer werd ingezoomd op de 'razende stroom van woorden en gedachten' in het hoofd van de professor.Al het overbodige werd gekapt om tot de kern van het stuk te komen

Allereerst moet gezegd worden dat acteur Sanne den Hartogh ongelooflijk knap de aandacht weet vast te houden, in dat schemerdonker met niets anders dan zijn stemgeluid. Hoewel, dat is niet helemaal waar want heel zachtjes is een zachte bromtoon hoorbaar die later overgaat in een ritmisch gebonk. Heel irritant werkt dat, hoogstwaarschijnlijk bedoeld om het gevoel van opgesloten zitten in een hoofd dat zich geen raad weet met al die malende gedachtenkronkels, nog te versterken.

Mij begon het gaandeweg meer af te leiden, net als dat zwarte landbouwplastic dat in het begin wordt opgetrokken tot ongeveer halverwege, zodat de hoofdpersoon het bovenste deel (vanaf het middel) helemaal in het donker staat en er van de onderkant licht doorschijnt. Zijn gezicht zie je slechts licht schemerend. Waarom deze exercitie in soberheid dan niet helemaal doorgevoerd tot het uiterste?