Zachtjes wordt er gezongen: Berend Botje ging uit varen met zijn scheepje naar Zuidlaren. Mismoedig staart koning Boabdil in het water. Het is 31 december 1491 en over twaalf uur precies zal hij de heerschappij over Granada noodgedwongen moeten overdragen aan Isabella van Castilië en Ferdinand van Aragon. Boabdil is niet bepaald het prototype van de heldhaftige vorst. Op de laatste dag van zijn koningsschap heeft hij zich nota bene verslapen. In een ultieme poging om het tij te keren ruilt hij van kleren, en daarmee van identiteit, met Ali, een rondtrekkende troubadour.

De Ongelukkige is het toneeldebuut van Abdelkader Benali (22), die twee jaar geleden bekend werd door zijn eerste roman Bruiloft aan zee.

Zijn hoofdpersonage Boabdil is gedeeltelijk gebaseerd op het verhaal De Ongelukkige van Louis Couperus, waarin de ondergang van de laatste islamitische vorst uitvoerig wordt beschreven, maar doet ook denken aan die andere weifelachtige koningszoon uit de wereldliteratuur, Hamlet. Benali smeedde een synthese tussen de westerse en oosterse cultuur, aan elkaar gekoppeld door het intrigerende kinderliedje van Berend Botje.

Minstens zo multicultureel als de literaire invalshoek, is de muzikale aanpak: de flamencogitaar wordt begeleid door onder andere cello en saz. Eric Vaarzon Morel componeerde de muziek waarin de ongebruikelijke combinatie van Spaanse ritmes, Noord-Afrikaanse toonladders en Aziatische melodieën prachtig samenklinkt.

Aan weerszijden wordt het decor afgegrensd door omlaag hangende touwen, waarin veren zijn gestoken. Op bankjes opzij zitten de acteurs, de muzikanten en flamencodanser Marino. Op een verhoogd plankier, waarin middenin een ondiep bad is aangebracht, speelt zich de vertelling af. Regisseur Javier Lopez Pinon heeft niet geprobeerd om de enorme diversiteit aan literaire en muzikale invalshoeken tot een eenheid te smeden. Integendeel: het lijkt alsof hij er nog een schepje bovenop heeft gedaan door ook in de regie voor een veelvormigheid van stijlen te zorgen. Het ene moment kijk je naar een slapstickachtige achtervolging, het volgende moment wordt er een vurige flamenco gedanst en vervolgens steekt Boabdil een poëtische monoloog af. Erg is dat niet, zolang je tenminste bereid bent je mee te laten voeren in de fantasievolle wereld van Boabdil waarin alle drie de hoofdpersonages in een identiteitscrisis verzeild raken. Het spel van vooral Ali Cifteci (Ali) en Sabri Saad el Hamus (Boabdil) is aanstekelijk, alleen Annemarie Wisse steekt daarbij als de wrede Isabella wat bleekjes af. Puur als drama hangt het verhaal van Boabdil teveel als los zand aan elkaar, maar als muziektheatervoorstelling is De Ongelukkige meer dan geslaagd door de meeslepende muziek, de kolderieke scenes en de poëtische tekst.