Het verhaal gaat dat de Franse tankstations die zomer dat het boek uitkwam beduidend minder omzet hebben gedraaid dan normaal. In Het Gouden Ei verdwijnt de mooie Saskia spoorloos, als ze onderweg in Frankrijk wat blikjes frisdrank gaat halen. Het bloedstollende verhaal van Tim Krabbé uit 1984 scoort nog steeds hoog op de boekenlijst van middelbare scholieren en is maar liefst tweemaal verfilmd: Spoorloos (waarmee in 1988 een Gouden Kalf voor Beste Nederlandse Film werd gewonnen) en een paar jaar later, ook in regie van George Sluizer, The Vanishing, met Kiefer Sutherland en Sandra Bullock.
Nu heeft regisseur en bewerker Léon van der Sanden zich aan een toneelbewerking gewaagd, met in de hoofdrollen Peter Tuinman en Victor Löw. Geen gemakkelijke opgave als er al zoveel spannende verfilmingen zijn gemaakt. Het gaat in Het Gouden Ei vooral over universele angsten en fantasieën: over de angst om opgesloten te worden en over de innerlijke strijd met het Kwaad die ieder mens wel in meer of mindere mate kent. Film leent zich uitstekend om angst uit te beelden alleen al door de mogelijkheid om in te zoomen op personages, op toneel is dat moeilijker.
In de toneelbewerking is voor dezelfde structuur gekozen als in het boek: een afwisseling van het heden met flashbacks naar acht jaar geleden, de verdwijning en wat daaraan vooraf ging. Dat werkt aardig, mede door het vrij lege toneelbeeld, waarin een glazen wandje een zitkamer verbeeldt en de twee grote videobeelden sfeer creëren. Wuivend gras, pluisjes, lantaarnpalen die langzaam voorbijglijden, de beweging van een auto suggererend.
Centraal staat de relatie tussen de twee mannen: de romantische Rex (Löw) die met zijn Saskia (Römer) op weg denkt te zijn naar een onbezorgde vakantie en Lemorne (Tuinman), de scheikundeleraar die steeds meer gefascineerd wordt door experimenten met zijn eigen geweten. Saskia verdwijnt bij het tankstation en na acht jaar spoorloos verdwenen te zijn, ontmoet Rex de man die zegt alles te weten over zijn verdwenen geliefde. Peter Tuinman speelt de man zonder geweten, de rationalist die steeds verder gaat in zijn experimenteerdrift. Hij doet dat adequaat, lekker broeierig en met als enige tic het eeuwige trommelen met zijn vingers. Dat geldt ook voor de rollen van de vrouwen, die uiteindelijk vooral als decorum dienen. Het gaat om een krachtmeting tussen de twee mannen. Daar ontspoort de voorstelling. Het is vooral een onemanshow geworden van Victor Löw die wel meer de neiging heeft zichzelf te overschreeuwen, maar in deze voorstelling echt veel te dominant aanwezig is. Rollende ogen als Saskia haar nachtmerrie vertelt. Een veel te ver opengesperde mond om verbijstering en afschuw te verbeelden, een voortdurende explosie van testosteron. Fortissimo als enige kleur.
Als geheel is de voorstelling enigszins braaf en een tikje ouderwets, maar zeker onderhoudend genoeg, zeker voor mensen die het verhaal niet kennen. Je moet alleen wel veel van het machismo-spel van Victor Löw houden.