De acteurs lopen eensgezind frontaal naar voren, kijken het publiek strak aan, trekken hun schoenen en sokken uit en lopen naar hun plaats. Boven hun hoofd, tegen de grijze achterwand worden beelden geprojecteerd van een rijkeluisvilla met Grieks aandoende witte zuilen en een prachtig aangelegde tuin. Op een schoolbord wordt in bloedrode letters de titel van het eerste deel geprojecteerd: De thuiskomst. Het stuk kan beginnen.

Het moet hoe dan ook een hele opluchting hebben betekend voor regisseur Ivo van Hove en voor Toneelgroep Amsterdam dat Rouw siert Electra, maar twee dagen later dan gepland, haar perspremière beleefde: na alle commotie en geruzie een paar weken geleden, is hard gewerkt aan een voorstelling die af is en overtuigt.

Geen eenvoudige opgave. Rouw siert Electra (1931) is een ruim drie uur durende supersoap waarin de variaties op verstikkende familieverhoudingen tot in haar uiterste Freudiaanse consequenties worden verkend. De structuur van het stuk is ontleend aan de Oresteia van Aeschylos, alleen laat de Amerikaanse schrijver O'Neill zijn personages figureren in het puriteinse New England van net na de Amerikaanse Burgeroorlog, zo rond 1865. De beslissingen van de goden, die de Grieken tot hun onafwendbaar noodlot voerden, zijn bij O'Neill vervangen door de niet minder krachtige stemmen van het onbewuste. In zinderende dialogen laat hij de personages meanderen langs grillige en snel wisselende emoties.

Regisseur Ivo van Hove heeft gekozen voor een benadering waarin ruimte is voor inleving en heftige gepassioneerdheid maar waarin ook telkens afstand wordt genomen van die heftigheid door de inzet van multimediale middelen. De scène bijvoorbeeld waarin de generaal vermoord wordt is bloedstollend, terwijl dochter Lavinia deze rustig staat op te nemen met een videocamera. Als de generaal het leven heeft gelaten, wordt boven zijn bungelende lijk de moordscène afgespeeld in trage zwart witbeelden, alsof het een stomme film uit de jaren dertig betreft. Vervreemding ten top maar toch werkt het. Door sterke beelden te projecteren tijdens en na de handeling voor op het podium, wordt een extra dimensie toegevoegd. Soms wordt commentaar geleverd op de handeling, soms wordt een detail uitvergroot; het drama krijgt er meer zeggingskracht door.

De videobeelden en andere multimediale middelen worden geraffineerd en telkens met een ander doel ingezet. Een cruciale dialoog tussen broer Orin en zus Lavinia wordt met behulp van twee laptops via MSN gevoerd. Boven hun tikkende hoofden zie je levensgroot de twee computerschermen waarop zij met elkaar communiceren.

De strakke stilering, de wezenlijke visuele component en het gepassioneerde spel lever een intelligente en soms aangrijpende voorstelling op. Hartverscheurend is Pierre Bokma als de generaal, wanneer hij in zijn blootje op een bureaustoel kruipt, vergeefs hunkerend naar wat liefde. 

Halina Reijn is een actrice die precies zo op het scherp van de snede kan spelen als van Hove graag wil: razendsnel schakelend, altijd geloofwaardig en naturel maar tegelijk met een zekere distantie ten opzichte van haar personage. Dat geldt niet voor alle acteurs waardoor het derde deel, als het hoogtepunt van het drama in wezen voorbij is, niet zo sterk is als de eerste twee delen. Jochum ten Haaf lijkt zich niet helemaal op zijn plek te voelen in deze productie en Carina Smulders en Alwin Pulinckx spelen te eendimensionaal. Zij zijn lang niet opgewassen tegen de cracks van Toneelgroep Amsterdam, met name Pierre Bokma, Hans Kesting en Janni Goslinga, en natuurlijk Halina Reijn die in haar eentje zelfs dat lastige derde deel overeind weet te houden.