Haar leven lang komt Bodil de la Parra geregeld in Paramaribo, de stad waar haar vader, filmmaker Pim de la Parra, opgroeide. Ze wilde al langer iets doen met haar Surinaamse roots. Toen het familiehuis aan de Zwartenhovenbrugstraat op 14 oktober 2012 tot de grond toe af was gebrand, besloot ze dat het NU moest gebeuren en schreef ze de tekst voor Het verbrande huis waarin ze – voor het eerst – in haar eentje op toneel staat.
Toneelschrijver
Al eerder heeft ze voorstellingen gemaakt over haar 'genenpakket' dat maar liefst drie werelddelen bestrijkt: haar moeder is Chinees-Indisch, geboren op Sumatra; haar vader komt uit Suriname, zijn voorouders zijn gevluchte Portugese joden. In Ouwe Pinda's (2014) en Gouwe Pinda's (2017) ging het over haar Indische jeugdherinneringen, stukken die ze zelf schreef en speelde, naast Nadja Hüpscher en Esther Scheldwacht. Ze begon haar carrière als actrice maar heeft zich gaandeweg steeds meer tot toneelschrijver ontwikkeld. Vaak schrijft ze op de huid van actrices met wie ze graag werkt, zoals Wimie Wilhelm en Margôt Ros, met veel succes trouwens: Orgeade Overzee (1995), Onder Vrouwen (2003), Slangenvel (2005), We want more (2016).
Gevoel van urgentie
Maar nu is het tijd voor een solo, al vindt ze het om "doodeng" om alleen op tournee te gaan. "Ik moet dat verhaal vertellen", zegt ze. "Het speelde al veel langer door mijn hoofd, maar door de brand is het gevoel van urgentie veel groter geworden. Ik ben honderden keren naar dat huis geweest en er is letterlijk niks van over. Alles is verwoest." Afgelopen zomer heeft ze Het verbrande huis al gespeeld op Oerol op een podium in de open lucht, nu wordt de voorstelling aangepast voor theater. "Nu wordt het nog intiemer". Michiel Voet maakte een ingenieus decor dat bestaat uit losse houten elementen: een trap, een bureau.
Gus en Pop
In de voorstelling keert ze in gedachten terug naar het huis en vertelt er over haar ongetrouwde tantes Gus en Pop, en over haar norse opa, de apotheker. "Ik heb uitgebreid research gedaan voor de voorstelling en heb zoveel boeiende verhalen gevonden dat het moeilijk was een keuze te maken. Ik kwam erachter dat mijn voorvaderen Portugese joden waren die zijn gevlucht voor de inquisitie. Op hun beurt zijn zij weer plantagehouders geworden die er slaven op nahielden. Vreselijk natuurlijk. Het zijn verhalen over de Nederlands-Surinaamse geschiedenis, verteld vanuit het perspectief van mijn familie. Supermooie verhalen."
Heimwee
Haar ouders hebben elkaar ontmoet als begin twintigers in Amsterdam: allebei afkomstig uit een totaal andere cultuur. "Ik weet zeker dat dát was wat mijn ouders bond. Ze herkenden de tropen in elkaar, allebei hadden ze heimwee naar hun geboortegrond." Zelf ging Bodil voor het eerst naar Suriname toen ze zes was: "Mijn eerste herinnering is die van een centrale verwarming die heel hoog aanstaat. Als je uit het vliegtuig stapt, is die warmte zo overweldigend, samen met de geur van de tropen. Het leven is er anders, de mensen zijn anders, en tegelijkertijd hoor ik dat mensen altijd veel herkennen in mijn verhalen. Als het goed is, overstijgen de anekdotes van mijn ongetrouwde tantes de privésfeer. Daar maak ik theater voor: dat gaat mij echt aan het hart: verhalen vertellen die emotioneren en die de verbondenheid van mensen laten zien."(HDC Media, okt 2018)