“Er is een handjevol stukken waar iedere regisseur iets mee moet en dit is er zeker een van”, zegt Erik Whien, aanvankelijk nog wat voorzichtig formulerend. Om dan steeds geestdrifter te vertellen wat het stuk voor hem zo bijzonder maakt en wat hij anders zal gaan doen dan alle voorgangers.
Om te beginnen een jongere cast dan normaal: George en Martha worden gespeeld door Jacob Derwig (1969) en Maria Kraakman (1975), in plaats van zoals meestal vijftigers of zestigers. En het jonge stel Nick en Honey (Sanne den Hartogh en Kirsten Mulder) speelt een veel prominentere rol dan normaal. Erik: "Daardoor wordt het stuk minder een clash tussen twee generaties maar meer een gelijkwaardig slagveld waarin de idealen en dromen van de vier aanwezigen zwaar op de proef worden gesteld."
Nieuw begin
Het is nog lang niet zover want de voorstelling gaat pas in maart 2014 in première. Als ik Erik Whien en Jacob Derwig spreek op een zomers terras, is het eigenlijk voor het eerst dat ze samen weer over het stuk praten. En over wat hen bindt: voor allebei is het een nieuw begin. Erik Whien (1978) heeft na vijf jaar Toneelgroep Oostpool zijn vaste baan als regisseur opgezegd en ingeruild voor een nieuw begin als freelancer; Jacob Derwig heeft na zeven jaar zijn vaste baan bij Toneelgroep Amsterdam vaarwelgezegd, eveneens om te gaan freelancen. Het was een vanzelfsprekende stap voor Erik: "Mijn carrière kent een soort omgekeerde volgorde: in plaats van te streven naar een vast dienstverband, ga ik juist weer naar de vrijheid van het freelancen. Veel mensen vinden dat dapper; ik ervaar dat niet zo." Hij zegt erbij te beseffen dat hij relatief in een luxepositie zit. Een dag nadat hij had opgezegd, werd hij gebeld door de Toneelschuur: of hij een van de vier regisseurs van Toneelschuur Producties wilde worden tijdens de komende jaren."
Een ideaal bindmiddel
Ook Jacob is zijn carrière begonnen bij de Toneelschuur, op 1 januari 1994, als stagiair bij Mensch Meier van Kroetz in regie van Alize Zandwijk. "Dat was een geweldige stage. Heerlijk om te beginnen bij de Toneelschuur, verreweg het meest gastvrije en stimulerende theater in Nederland. Het is een goed huis in alle opzichten: een slimme opbouw waarbij maximaal gebruik gemaakt wordt van talent en jong talent maximale kansen krijgt."
Families
Jacob is eigenlijk een echte 'familieman': hij is nu, op zijn 43ste, voor het eerst gaan freelancen: "Ik ben altijd van de ene familie naar de andere getrokken: veertien jaar bij Barre Land; ondertussen ook nog vijf jaar bij de Trust en van 2005 tot 2012 ben ik vast verbonden geweest aan Toneelgroep Amsterdam. "Ik hoopte daar ook oud te worden, maar dat is toch niet gelukt. Een probleem voor mij was de toenemende hoeveelheid buitenlandse tournees: leuk, maar onhandig te combineren met een jong gezin. Ik wilde graag meer invloed hebben op mijn agenda: dat is de voornaamste reden geweest om weg te gaan."
Film en televisie
Stilgezeten heeft hij intussen niet bepaald. De filmopnames voor Het Diner in regie van Menno Meyjes zijn net afgerond; hierin speelt hij naast Thekla Reuten, Daan Schuurmans en Kim van Kooten de hoofdrol. Het Diner is de verfilming van de gelijknamige bestseller van Herman Koch. "Ik had het boek nooit gelezen", bekent Jacob, "ik had er een zekere weerstand tegen, waarschijnlijk omdat het zo'n megahit is, maar het is echt heel goed geschreven". Daarnaast heeft hij gewerkt aan de televisieserie Doris, een romantische comedy geschreven door Roos Ouwehand met Tjiske Reidinga in de titelrol, die dit najaar wordt uitgezonden op Net5.
Kat op een heet zinken dak
Regisseren staat voorlopig niet meer bovenaan zijn wensenlijst. In 2012 maakte hij het - overigens goed ontvangen - Kat op een heet zinken dak van Tennessee Williams, een coproductie van Toneelgroep Amsterdam met Toneelschuur Producties. Zelf is hij er niet heel gelukkig over: "Ik vond het moeilijk, met name om mijn eigen collega's te regisseren. Er is geen vanzelfsprekende gezagsverhouding en als je dan zelf enigszins onzeker bent, wordt het ingewikkeld. Ik keek door te veel ogen tegelijk. Ik vind achteraf dat de voorstelling brutaler had gemogen. Voorlopig hoeft regisseren even niet. Ik vind het ook veel te leuk om te spelen…."
Na alle omzichtige bewegingen nu dan toch de hamvraag: waarom dit stuk?
Erik, lachend: "Je moet als regisseur dat stuk een keer doen, vind ik. Het is zo'n ijzersterke tekst. En dan is het belangrijk dat je een originele ingang weet te vinden en niet de gebaande paden gaat betreden.
Daar komt bij: ik had de rechten. Jarenlang waren die onbereikbaar omdat ze in handen waren van theaterbureau Hummelinck Stuurman. Bij toeval ontdekte ik dat de rechten vrij waren voor het seizoen 2014/2015. Toen heb ik vanuit Oostpool meteen toegeslagen. Tot ergernis van anderen, want er zijn grote gezelschappen die erop azen."
Inmiddels steeds stelliger: "Kijk, meestal wordt het stuk vlot, uptempo en licht gespeeld, maar het is niet alleen maar grappig! Het is geschreven vanuit een grote, existentiële angst, het gaat over de gruwelijkheid van het leven, over de enorme eenzaamheid van mensen. Het is een in en in zwart stuk. Het is oorlog. Het gaat over je diepste angsten naar boven halen. Dat maakt het stuk zo geweldig, en eigenlijk veel meer gelaagd dan mensen vaak denken. De film is ook ravenzwart, eigenlijk heel on-Hollywoodachtig, met veel lange en duistere shots. Het gaat over de grote levensvragen. Wat zij tegenkomen, is van alle tijden."
De acteurs zijn jonger dan normaal. Maakt dat een groot verschil?
Erik: "In het stuk is George 48 en Martha 53. Normaal wordt het stuk gespeeld door oudere acteurs. Maar op toneel ben je vrij. Als je zegt: 'ik ben de boom', dan ben je de boom. Dat is juist zo heerlijk van toneel. Ik heb nu een Wachten op Godot gemaakt met dertigers, terwijl de rollen ook voor zestigplussers zijn geschreven. Ik vind dat winst, omdat het ruimte geeft voor andere interpretaties.
In zekere zin is het wel jammer dat Who's afraid of Virginia Woolf? zo beroemd is. Zelfs mensen die het nog nooit gezien hebben, hebben er een mening over. Het is zoiets als bij De Nachtwacht: het is vrijwel onmogelijk om daar op een frisse manier naar te kijken; er kleven zoveel vooroordelen aan. Dat moet er allemaal af."
Welke herinneringen hebben jullie aan eerdere versies?
Jacob heeft niet lang geleden de Hummelinck Stuurmanproductie met Olga Zuiderhoek en Porgy Franssen gezien: "Ik vond Porgy erg mooi in die rol; er zat een zekere droefheid onder zoals hij George speelde. Dat was een turboversie, een hele lichte voorstelling met daarnaast toch die droefheid, de sporen van dat bodemloze verdriet. Voor mij is het een van die rollen die ik altijd al heb willen spelen." Lachend: "Ik heb me al heel lang geleden voorgenomen de Richard Burton van de Lage Landen te worden."
En waarom Jacob? Ze kijken elkaar even aan. Hoe ging het ook alweer?
Erik: "Ik vertelde Jacob dat ik de rechten had en dat ik aan hem dacht voor de rol van George. Hij was meteen enthousiast. Toen hebben we een aantal namen de revue laten passeren en allebei vonden we Maria verreweg het spannendste idee. En gelukkig zei ze meteen: 'Als ik het met iemand zou willen doen, dan met Jacob.' Ik heb veel met Maria gewerkt bij Oostpool en ik vind haar geweldig. Ze is gruwelijk talentvol, erg slim en stronteigenwijs."
Jacob heeft niet eerder met haar gewerkt. "Het mooie van Maria is haar eigenzinnigheid. Zij is echt 'one of a kind'. Ze heeft een heel eigen dynamiek, een eigenzinnigheid die wezenlijk anders is dan die van mij. Dat wordt heel spannend."
Naast Jacob en Maria staan de acteurs Sanne den Hartogh en Kirsten Mulder op toneel, allebei spelers waar Erik vaker mee heeft gewerkt: "Die keuze lag voor de hand. De afgelopen jaren heb ik een paar fantastische producties met Sanne en Kirsten gemaakt. Het zijn toneelspelers waar ik grote affiniteit mee heb. Nick en Honey zijn beide stevige en intrigerende karakters, met hun eigen dromen en idealen. Dat is heel belangrijk voor de dynamiek in het stuk." (Scenes, medio 2013)