ITA Ensemble/ Eline Arbo/ Prima Facie
Interview Maria Kraakman
'Ik wilde ook al altijd de beste van de klas zijn'
Het is een snoeiharde monoloog, vertelt Maria Kraakman. "Het laat zien hoe Tessa, een briljante advocaat, plotseling aan de andere kant van de getuigenbank belandt. En dan blijkt het rechtssysteem, waarin ze heilig gelooft, opeens niet meer zo eerlijk."
"Tessa is iemand van: 'winnen winnen winnen'. Ze is geweldig goed in haar vak: ze is glashelder, ze is meedogenloos en ze weet al haar cliënten vrij te krijgen. Als topadvocaat heeft ze zich gespecialiseerd in het verdedigen van mannen die beschuldigd worden van seksueel geweld. Ze is overtuigd van het rechtssysteem dat zegt: iemand is onschuldig tot het tegendeel is bewezen. En bij zaken als aanranding en verkrachting gaat het nu eenmaal vaak om het woord van de een tegenover het woord van de ander. Ze is heel goed geworden in het stellen van suggestieve vragen aan de vermeende slachtoffers van haar cliënten."
Kraakman heeft als actrice haar sporen ruimschoots verdiend (zie kader). Twee jaar geleden maakte ze haar regiedebuut met Cliënt E. Busken naar het boek van Jeroen Brouwers, met collega Gijs Scholten van Aschat in de hoofdrol. "Een leerzame ervaring en ook heel leuk om te doen. Ik begrijp nu veel beter waarom ik repeteer zoals ik repeteer. Bij sommige acteurs gaat een rol van binnen naar buiten, maar bij mij werkt het andersom. Als acteur is het handig als je meteen lekker 'in' je rol schiet, maar ik blijf er vaak lang buiten staan en kijk dan als het ware naar mezelf. Als regisseur is dat heel handig." Het is overigens niet per se haar ambitie om te regisseren: "Alleen als ik heel graag een verhaal wil vertellen."
Het is voor haar een flinke uitdaging, dit toneelstuk van de Australisch-Britse toneelschrijver Suzie Miller dat al furore maakte op West End en Broadway en alle mogelijke prijzen in de wacht sleepte. Miller heeft zelf als advocaat honderden gevallen van aanranding en verkrachting meegemaakt en schreef Prima Facie als een aanklacht tegen het patriarchale systeem waarin het voor de slachtoffers (meestal vrouwen) buitengewoon complex blijkt om geloofd te worden.
Eline Arbo, bekend om haar feministische voorstellingen, brengt de monoloog naar Nederland. "Het stuk zit ongelooflijk goed in elkaar", vertelt Maria. "Het is wel wat je noemt een uitdaging, het zijn 80 pagina's tekst!" Nu, drie weken voor de première is ze vooral bezig om alles goed achter elkaar te zetten. "Een lastige fase voor mij, ik loop geregeld tegen mijn eigen frustraties aan want eigenlijk wil ik alles meteen virtuoos doen. Ik wilde ook al altijd de beste van de klas zijn. Alleen als echt heel expliciet wordt gezegd: 'nu gaat het even om de handeling, je hoeft het niet heel mooi te doen', dan lukt het me om die neiging tot perfectionisme opzij te zetten."
Tijdens de repetitie wordt duidelijk dat het, al is het een taalexercitie, ook een heel fysieke voorstelling wordt. In de scène die ze aan het repeteren zijn, moet Maria decorstukken verplaatsen, dronken worden in een bar en in bed belanden met haar geliefde. Het tempo ligt hoog en de actrice is niet alleen voortdurend aan het woord maar ze beweegt ook constant. Langzaam maar zeker krijgt de scène vorm: af en toe komt Arbo vanachter de regietafel vandaan en overleggen ze even of Kraakman hier haar hoge hakken al uit kan doen of pas later, of ze doet voor hoe Kraakman misschien het beste tegen een bepaald krukje kan neervallen als ze een avond uit is geweest: "Iets hoger, dan lijkt het alsof je nog wat meer 'in control' bent."
Kraakman: "We leren Tessa kennen wanner ze op de top van haar carrière is beland. Ze is tegen de veertig, single, geen kinderen. Haar werk is alles voor haar. Ze is zelf heel tevreden over de respectvolle manier waarop ze de slachtoffers van haar cliënten tegemoet treedt. Ze gelooft heilig in het rechtssysteem, ze vindt: mensen moeten vooral niet zelf voor God gaan spelen. Een advocaat moet gewoon de beste versie van het verhaal van haar cliënt overbrengen en daarbij zowel haar emoties als de morele vraagstukken, die inherent zijn aan de zaken waarover het gaat, buitenhouden. Terwijl tsja, juist bij seksueel geweld is vaak zoveel onduidelijk: slachtoffers hebben zich niet verzet omdat ze totaal bevroren of ze kunnen zich details niet herinneren en ga zo maar door."
Wanneer Tessa zelf iets naars overkomt, belandt ze ineens aan de andere kant van de getuigenbank, als slachtoffer. "Ze besluit, hoewel ze weet hoe moeilijk het is, toch om een aanklacht in te dienen en belandt dan in een echte achtbaan, een rollercoaster van emoties. Prima Facie laat op ingenieuze wijze zien hoe verknipt ons rechtssysteem in wezen is."
(Mediahuis, 23-11-2023)