‘Of het mijn laatste werkdag is?’ Het is vrijdag 21 december, het begint al te schemeren en half Nederland verheugt zich op een weekje vrij-met-kerst. Hij wijst op zijn bureauklok: "Op 31 december, om twaalf uur, dan zit mijn laatste werkdag erop.' Twaalf uur 's nachts, wel te verstaan.
Frans Lommerse begon ooit als een van de jongste, en is zonder twijfel een van de langstzittende theaterdirecteuren ooit. De vijftig jaar die de Toneelschuur dit jaar bestaat, heeft hij vanaf het prille begin meegemaakt. In 1968 belandde hij als 18-jarige bij de groep toneelvernieuwers, onder wie Hans Man in 't Veld, Jan van Galen en Hans Dagelet, die een eigen theater wilden beginnen inde Haarlemse Smedestraat. Frans werkte als etaleur bij Peek & Cloppenburg in Amsterdam, maar bracht al snel zijn pauzes door met het boeken van theatergroepjes vanuit de telefooncellen in het voormalige postkantoor (nu Magna Plaza). Frans: "We hadden een vereniging opgericht, dat was de meest democratische vorm en ik werd de coördinator. Directeur was een vies woord indertijd, alles moest gezamenlijk en in overleg worden beslist. Het is bij mij begonnen als hobby – of misschien is passie een beter woord – en eigenlijk is het dat gebleven. Mijn werk is mijn passie. Ik woon vlakbij en heb geen gezin, dus ik heb mijn tijd altijd zelf kunnen invullen." Het resulteerde in een werkweek die meestal begon op maandagochtend om tien uur en eindigde op zaterdag, ergens rond middernacht. Vijf tot zes avonden per week ziet hij voorstellingen en dat al vijftig jaar lang.
'Het is bij mij begonnen als hobby – of misschien is passie een beter woord – en eigenlijk is het dat gebleven. Mijn werk is mijn passie'
Gastvrijheid
Hij kijkt terug op een prachtige carrière. Als 'coördinator' en later als directeur zorgde hij ervoor dat de Toneelschuur een van de belangrijkste theaters in Nederland werd. In 1982 richtte hij Toneelschuur Producties op dat geldt als voorbeeld voor alle Nederlandse productiehuizen. Vrijwel alle belangrijke theatermakers zijn hier begonnen: Eric de Vroedt, Thibaud Delpeut, Erik Whien, Paul Knieriem, Casper Vandeputte en noem maar op. Het 'vlakke vloertheater' is er uitgevonden en tot bloei gekomen. De ontmoeting tussen gearriveerd en nieuw talent is altijd een belangrijke pijler geweest, zoals in de samenwerking met Toneelgroep Amsterdam. Misschien wel een van de belangrijkste redenen voor het succes is de ongelooflijke gastvrijheid. In de keuken staat een grote tafel waar acteurs en technici (en de directeur) samen eten. Er is een voortdurende inspirerende stroom aan getalenteerde makers. En Frans heeft er altijd voor gezorgd dat de makers volgens de cao betaald werden.
'Ik geloof dat theater een revival maakt; er is bij jonge mensen een toenemende behoefte aan 'live' happenings, aan betekenisvolle ervaringen'
Wereldklasse
Een hoogtepunt was de verhuizing van de Smedestraat naar de Lange Begijnestraat in 2003. Het gebouw naar een ontwerp van Joost Swarte is door vriend en vijand geprezen. En boven vanuit het kantoor van Frans, zie ik nog eens hoe bijzonder het moet zijn geweest om in de dichtbebouwde straatjes zo'n theater van wereldklasse te bouwen.
Als hij nog iets moet noemen waar hij 'supertrots' op is, is het misschien wel dat het gelukt is om de enorme culturele kaalslag in 2008, onder Zijlstra, te boven te komen. "De subsidie voor het productiehuis ging van 950.000 euro naar nul. Dankzij steun van de Gemeente en het Fonds Podiumkunsten, particuliere donateurs, de Vriendenvereniging Schuurend Hart en heel, heel veel werk zijn we eruit gekomen. We hebben in 2017 een recordjaar gedraaid met 200.000 bezoekers."
Revival
De afgelopen weken is hij bezig geweest om het enorme archief te ordenen. Twintig enorme dozen die in 2003 waren meeverhuisd en, zoals dat gaat, 'zolang' ergens stonden geparkeerd. Hij heeft ze een voor een weggewerkt zodat nu alleen zijn bureau nog vol ligt met overigens keurig geordende stapels. "Alle contracten voor het komend seizoen. Ik wil het zo goed mogelijk geregeld hebben voor mijn opvolger begint." Hij is optimistisch over de toekomst: "We hebben een fantastisch team, de Filmschuur draait heel goed en er wordt geweldig theater gemaakt. Er zit zoveel talent bij de nieuwe makers. Ik geloof dat theater een revival maakt; er is bij jonge mensen een toenemende behoefte aan 'live' happenings, aan betekenisvolle ervaringen. We hebben goede contacten met alle opleidingsinstituten, ook in Vlaanderen. Het politiek en maatschappelijk bewustzijn neemt toe; je ziet steeds minder egodocumenten en meer betrokken voorstellingen. Zoals die van Eline Abo, die met haar voorstellingen de wereld wil veranderen en beter maken."
Strategische keuze
Op 1 januari 2019 is hij directeur-af. Het is een strategische keuze om nu afscheid te nemen, al voelt hij zich zowel fysiek als mentaal prima in staat om nog even door te gaan. Maar de kunsten worden geregeerd door vierjarige cycli en in 2019 moet het plan voor de komende vier jaar – 2021-2024 – worden geschreven. "Die periode moet je ook volmaken, anders moet een nieuwe directeur halverwege een nieuw kunstenplan indienen. En dat is voor iemand van 69 nog wel lang." Zijn nevenfuncties legt hij ook neer per 1 januari, zodat het nieuwe jaar helemaal open is. "Ik ga even helemaal van de radar. Eindelijk tentoonstellingen bezoeken. De afgelopen jaren heb ik boeken alleen maar gescand. Ik wil weleens gewoon proberen hoe het is om rustig een boek te lezen, regel voor regel." (Haarlems Dagblad, 22 dec 2018)