Geen graven, geen namen. In The Head & The Load vertelt William Kentridge de ongelooflijke geschiedenis van de miljoenen Afrikaanse doden in de Eerste Wereldoorlog die nooit in de geschiedenisboekjes terecht zijn gekomen. Kentridge is wereldberoemd met zijn werk dat uiteenloopt van houtskooltekeningen tot animatie, films, theaterstukken en opera, in een geheel eigen mix van disciplines en stijlen. Hij is een van de twee associate artists van het Holland Festival 2019.

Op de persconferentie van het Holland Festival op 25 februari vertelt Kentridge over zijn nieuwe muziektheaterproductie over de honderdduizenden Afrikanen die tijdens de Eerste Wereldoorlog als dragers werden ingezet door de Europeanen. Hun verhaal is amper bekend, aldus Kentridge: "The Head & The Load gaat over Afrika en Afrikanen in de Eerste Wereldoorlog, dat wil zeggen over alle tegenstrijdigheden en paradoxen van het kolonialisme die nog werden uitvergroot door de oorlog. Ik was zelf verwonderd over hoe weinig ik wist, terwijl ik me mijn leven lang al bezighoud met de geschiedenis van Afrika. Dat heeft ermee te maken dat die verborgen is gehouden, maar ook dat mijn hoofd kennelijk gevuld was door de bekende verhalen, zoals over de loopgraven. Het stuk komt voor een deel uit mijn frustratie daarover voort." 

Een interviewafspraak met Kentridge blijkt eenvoudiger gezegd dan gedaan. Meteen na de persconferentie is hij weer vertrokken naar Johannesburg. Hij heeft het druk en omdat hij vanuit de hele wereld voortdurend verzoeken krijgt om interviews, en ook nog weleens wat anders te doen heeft, is de volgende vorm bedacht: ik stuur de vragen per mail en hij antwoordt via ingesproken berichten op zijn telefoon, die hij vervolgens via de mail stuurt. Prima, doen we dat. Mijn vragen verstuur ik via het Holland Festival naar Kentridges assistent.

Associate artists

Intussen ben ik benieuwd waarom het Holland Festival eigenlijk deze constructie bedacht heeft. Na het vertrek van Ruth McKenzie (en daarvoor Pierre Audi en Ivo van Hove) is gekozen voor een andere koers: in plaats van één artistieke directeur die verantwoordelijk was voor de programmering, is ervoor gekozen om elk jaar te werken met een of meer associate artists. Scheidend algemeen directeur Annet Lekkerkerker: "Het Holland Festival heeft nooit gewerkt vanuit een vooropgezet idee of thema, maar altijd de kunst en de kunstenaar centraal gesteld. Via het werk van die kunstenaars stuit je vanzelf op verwantschappen, op thema's die voor Amsterdam, Nederland en de wereld van belang zijn. Het lag voor de hand om dat gegeven, na het vertrek van Ruth, verder uit te werken en te kiezen voor een of meer associate artists. Toen we – met onze programmamanagers Annemieke Keurentjes (dans en theater) en Jochem Valkenburg (muziek en muziektheater) – aan het nadenken waren over deze editie, kwamen we al snel bij deze twee kunstenaars uit. We hebben van beide kunstenaars eerder werk gepresenteerd, ze werken allebei in Sub-Sahara Afrika en uit beider werk blijkt een grote betrokkenheid met de samenleving. Van beiden lagen we bovendien al mooie plannen voor voorstellingen op tafel die we graag mede mogelijk wilden maken dan wel in het festival brengen. En ze vullen elkaar goed aan: William Kentridge is al wat ouder, een beroemde kunstenaar, een witte man die in Zuid-Afrika zijn werk maakt dat raakt aan controversiële thema's als apartheid, kolonialisme en totalitarisme; Faustin Linyekula is een jongere, zwarte theatermaker uit Congo die daar vrijwel vanuit het niets een heel theaternetwerk opgebouwd heeft en heel bijzondere voorstellingen maakt."

"Een andere overeenkomst is dat ze allebei steeds meer interdisciplinair zijn gaan werken. En ze vervullen een belangrijke rol in het stimuleren van kunst in hun land: Kentridge heeft in Johannesburg The Centre for the Less Good Idea opgericht, Linyekula in Kinshasa Studios Kabako; werkplaatsen waar kunstenaars de gelegenheid krijgen om werk te maken en te experimenteren met nieuwe vormen. We zoeken voor het Holland Festival altijd naar werk dat ontroert, verrast of uitdaagt, en naar voorstellingen die iets zeggen over ons tijd, die tot nadenken stemmen. Dat kunnen we bij deze twee kunstenaars zeker verwachten."

'We zoeken voor het Holland Festival altijd naar werk dat ontroert, verrast of uitdaagt, en naar voorstellingen die iets zeggen over ons tijd, die tot nadenken stemmen.'

Annet Lekkerkerker

Samenhang en diepgang

Annemieke Keurentjes is programmamanager dans en theater bij het Holland Festival en volgt beide kunstenaars al jaren van heel nabij: "Allebei hebben ze meteen enthousiast 'ja' gezegd toen we hen voorstelden associate artist te worden van deze editie. Ze kenden elkaar grappig genoeg nog niet persoonlijk, terwijl je, als je hun namen googelt, ziet dat ze meerdere malen op hetzelfde festival te zien zijn geweest. Maar in de praktijk is er amper interactie tussen kunstenaars onderling. Dat is een groot voordeel van onze nieuwe constructie: Kentridge en Linyekula hebben vorig jaar al veel gezien in het Holland Festival om de sfeer te proeven en dit jaar zijn ze allebei betrokken bij allerlei activiteiten waardoor er ook meer samenhang en diepgang komt in de debatten en randprogrammering."

Een enorme verbinder

Behalve veel overeenkomsten zijn er ook de nodige verschillen tussen beide kunstenaars. Annemieke: "Linyekula is een enorme verbinder. Hij is gretig, wil meteen Amsterdam leren kennen en weet precies wie hij mee wil nemen naar het festival. Hij stapt op iedereen af. Het is ongelooflijk wat hij in Congo tot stand heeft gebracht, vrijwel in zijn eentje, in een omgeving waar letterlijk niks is. Een infrastructuur van drie verharde wegen en voortdurend wegvallende stroom. Het hele culturele leven in Congo leunt op hem, hij heeft een heel hechte kring mensen om zich heen. Zijn geld investeert hij bijvoorbeeld in zonnepanelen zodat de studio niet meer afhankelijk is van de lokale stroomvoorziening. Intussen is hij een gewaardeerde kunstenaar die ook door de 'hoge' cultuur wordt omarmd. Hij zou zijn voorstelling Not Another Diva … het liefst in Zuidoost in de openlucht laten zien, uiteindelijk zijn we uitgekomen bij het Cultureel Educatief Centrum. De voorstelling is ook in het Muziekgebouw te zien. We willen zowel in Zuidoost het werk tonen als in het centrum, in de meer traditionele 'cultuurtempels'."

"Kentridge komt uit een heel andere omgeving. Hij werkt in Johannesburg, als stad niet te vergelijken met Kisangani. Hij heeft een studio aan huis voor zijn beeldend werk en daarnaast een studio voor zijn theaterwerk en vandaaruit heeft hij vijf jaar geleden The Centre for The Less Good Idea opgericht waar hij kunstenaars uitnodigt voor het creëren en ondersteunen van experimentele, collaboratieve en interdisciplinaire kunstprojecten. Elk half jaar is er een presentatie van de projecten en daarvan is ook in het Holland Festival het een en ander te zien."

"Met Kentridge heb ik in het begin een lijst gemaakt van zijn artistieke verwantschappen en grappig genoeg bleek hij een groot fan te zijn van het Colombiaanse gezelschap Mapa Teatro, een van de meest gerenommeerde gezelschappen van Latijns-Amerika, die ik al langer een keer wilde laten zien op het festival. Hij kent Rolf Abderhalden, een van de oprichters en regisseurs, nog uit Parijs waar ze allebei bij 'Lecoq' hebben gestudeerd, oftewel de beroemde toneelschool École Jacques Lecoq. Ook Simon McBurney trouwens, die voor ITA en Holland Festival een nieuwe enscenering van De Kersentuin gaat maken, zat daar in diezelfde tijd. Kentridge gaat in het festival bijvoorbeeld nu het nagesprek voeren met Rolf en Heidi Abderhalden, dat soort activiteiten maakt het voor ons extra bijzonder."

Enorm podium

"We liepen al langer met het idee rond om als coproducent mee te doen aan The Head & The Load waar Kentridge al geruime tijd aan werkt. In juli 2018 was de voorstelling in een pril stadium te zien in Londen en in december in New York. De voorstelling is bij ons te zien in Amsterdam Theater in de Houthavens, het theater dat ooit gebouwd is voor Anne Frank. We hebben namelijk een enorm podium nodig, het toneel is 55 meter breed. Kentridge is enorm geïnteresseerd in de schokkend onbekende geschiedenis van Afrika met name in de oorlogsjaren, onder meer gevoed door The Black Atlantic van Paul Gilroy, een Amerikaanse historicus. Veel van wat Kentridges werk zo bijzonder maakt komt terug in The Head & The Load: het gegeven van een processie, de houtskooltekeningen, de animaties, de muziek en dans, zijn fascinatie voor dada. Het is een grenzeloos werk in alle opzichten: alle disciplines gaan in elkaar over."

En dan: antwoord!

Het duurt even voordat er bericht komt uit Johannesburg. Ik ben inmiddels expert als het gaat om het werk van William Kentridge; er is zoveel boeiends te vinden over hem, ik kan er gemakkelijk een stuk mee vullen. Maar dan komt gelukkig toch de mail binnen met daarop de ingesproken antwoorden van Kentridge op mijn vragen. Best gek om de stem van de kunstenaar – een zeer sophisticated stemgeluid – opeens in mijn oor te horen: "This is William Kentridge for Margriet Prinssen for Scenes (Siens) from his studio in Johannesburg."

Een muzikale processie

Hij noemt The Head & The Load een theatrale performance of een oratorium. "Het speelt zich af op een toneel van 55 meter breed. Het is niet iets dat je zomaar kunt brengen in een willekeurig theater; het stuk heeft de vorm van een onderbroken muzikale processie. Je kunt niet focussen op één onderdeel, dus je moet als toeschouwer je aandacht telkens verleggen. Het verhaal is gebaseerd op een historische gebeurtenis: op de Afrikaanse dragers die in grote aantallen zijn omgekomen tijdens de Eerste Wereldoorlog in het Duitse deel van Oost-Afrika – wat nu Tanzania genoemd wordt. Maar de voorstelling is ook een onderzoek naar conventionele verhaaltechnieken. Kun je een verhaal vertellen zonder hoofdpersoon? Kan een collage een manier zijn om werkelijk tot historisch besef te komen? Kan je een dergelijk verhaal vertellen zonder inleiding vooraf waarin je uitlegt wat je doet? Die vragen vormen de kern van het project."

"Het idee voor The Head & The Load begon in Rome waar ik een 550 meter lange fries langs de oevers van de Tiber heb gemaakt, Triumphs and Laments, een muurschildering met onderwerpen uit de geschiedenis van Rome. Tijdens de opening traden verschillende bands op en dat werkte fascinerend, met name door de schaduwwerking waardoor de figuren die je ziet langslopen het perspectief telkens veranderen van groot naar klein of omgekeerd.

In diezelfde tijd was ik bezig met de voorbereidingen van de opera Wozzeck (2017) voor de Salzburger Festspiele waarvan de handeling zich afspeelt in de periode rond de Eerste Wereldoorlog. Daar kwam ik verhalen tegen die ik niet kon gebruiken voor mijn enscenering van de opera maar die wel het uitgangspunt vormden van The Head & The Load. Een derde inspiratiebron vormden een aantal workshops in New York, waarin ik werkte met componisten die zich afvroegen hoe oorlog zou klinken en wat voor geluiden je zou kunnen maken met conventionele instrumenten: hoorn, cello, viool, piano en dubbele bas. Dat leverde interessant muzikaal materiaal op met referenties naar het modernisme uit Europa van de jaren twintig en dertig. Een dialoog tussen twee verschillende geluidswerelden: de Europese componisten van de Dada-beweging die de grens doorbraken tussen gesproken tekst en muziek, en de klankwereld van de Afrikaanse zang en koormuziek. Een oorlogslied in het Zoeloe naast absurdistische gedichten van Kurt Schwitters, een lied van Schönberg naast een klaagzang uit Zuid-Afrika.

In mijn studio in Johannesburg voegden we tijdens een tweetal workshops met zo'n zestig zangers en acteurs al die verschillende elementen bij elkaar en dat leverde veel boeiende interpretaties op. Ik gaf een lezing over wat ik van Paul Taylor geleerd had over de Afrikaanse geschiedenis; deelnemers vertelden me verhalen over de oorlog die ze van hun grootouders gehoord hadden. Zo ontstond het idee voor een collageachtige voorstelling."

Een politiek kunstenaar noemt hij zichzelf niet, hij is wars van pamflettisme: "Daarmee impliceer je dat je een bepaald politiek doel wilt bereiken. Ik sta eerder voor een vorm van politieke onzekerheid. Voor een politiek die weet dat zekerheid gevaarlijk is. Elke ramp in de geschiedenis is voorafgegaan door een of meer mensen die zeker waren van hun zaak. Zelf geloof ik meer in twijfel, onzekerheid, toeval of geluk. Ik weet nooit of ik met politiek werk iets persoonlijks uitdruk of met iets persoonlijks een politiek statement maak. Dat gaat over en weer."

'Zelf geloof ik meer in twijfel, onzekerheid, toeval of geluk.'

William Kentridge

Zwartwit

Hij maakt in zijn werk veelvuldig gebruik van processies, in More Sweetly play the dance, zijn tentoonstelling in Eye in 2015, en ook nu weer. "Het beeld van een processie is iets dat me nooit loslaat, ik heb het al veelvuldig gebruikt. En telkens wanneer ik denk er klaar mee te zijn, komen er via de media nieuwe beelden binnen, van mensen die een berg beklimmen omdat ze verjaagd zijn uit in hun dorp of de zee oversteken naar Lampedusa. Die beweging van mensen die op drift zijn, ontworteld, hun spullen bij elkaar graaien en vertrekken, dat zijn beelden die door mijn hoofd blijven spoken. Een processie is iets dat maar doorgaat, er is geen begin en geen eind, dat vind ik een mooi gegeven."

"Voor mijn animaties werk ik graag met houtskool, het is gemakkelijk materiaal om mee te werken; je kunt het wegvegen en bijwerken. Een veeg met het doek en het is weg. Dat gaat niet met kleur. En ik houd van zwartwit. Van grafische kunst, zoals etsen of houtsnedes, die van nature monochromatisch zijn. Mijn referentiekader is dat van zwartwit films - ik houd erg van het werk van de Russische filmmaker Dziga Vertov van wie ook werk te zien zal zijn in het festival - en van zwartwit fotografie. Hooguit voeg ik een vleugje rood toe."

Hoe voelt het voor hem, als witte kunstenaar in een grotendeels zwarte omgeving, om voorstellingen te maken over een uitgesproken zwart onderwerp?

"Alle elementen in de productie kwamen van de mensen die het uiteindelijk hebben uitgevoerd. Ik ben al mijn hele leven lang een witte kunstenaar in Zuid-Afrika, dus ik leef voortdurend met al die paradoxen en complicaties. En inderdaad, in deze tijd vallen ze meer op, dat is zeker zo."

Inspirerend

Hij vertelt blij te zijn met zijn positie als associate artist van het Holland Festival. "Ik vind het heel bijzonder om werk te laten zien van andere makers met wie ik me verbonden voel. Normaal gesproken kom je op een festival, ga je van je hotel naar het theater en weer terug, doet je ding en dat was het dan. Het moet inspirerend zijn om nu zo'n tijd in Amsterdam door te brengen, veel te zien en te horen, met andere kunstenaars in debat te gaan enzovoorts. Het is een zeldzaam voorrecht en ik verwacht dat we veel meer de diepte in kunnen gaan. Ik kijk ernaar uit."(Scenes, mei 2019)