Waar hij ook opduikt, altijd is er een hoop reuring om hem heen. Jan Fabre is het Belgische 'enfant terrible', internationaal even beroemd als berucht. Zijn Het is theater zoals te verwachten en te voorzien was is, dertig jaar na de première, weer terug op de planken. En nog steeds is het allesbehalve 'zoals te verwachten en te voorzien'.
In 1982 brak Jan Fabre internationaal door met Het is theater zoals te verwachten en te voorzien was. Hij is een kunstenaar die dwars door alle hokjes en grenzen heen walst: bekend als theatermaker, performer, beeldend kunstenaar en schrijver. Een 'homo faber' is hij, een 'doende mens'. Als beeldend kunstenaar maakte hij zijn opwachting in prestigieuze galerijen en musea. Zo is hij de eerste levende kunstenaar die in het Louvre mocht exposeren. Bij het grote publiek is hij bekend van zijn BIC-kunst en in Amsterdam ook van zijn bronzen schildpad Searching for Utopia (tot voor kort te zien op de hoek van de Apollolaan en de Beethovenstraat).
Happening
Het is theater zoals te verwachten en te voorzien was is eerder een performance of een happening dan een voorstelling. Het is een onderzoek naar de wetten van het theater. De voorstelling duurt acht uur, precies één werkdag. Er wordt geen verhaal verteld, met of zonder happy ending; er zijn geen realistische personages. Wel is er veel actie, ontleend aan de maalstroom van het echte leven: roken, wassen, razendsnel aan- en uitkleden, springen, praten, rennen. Veel naakt. Alles wat de acteurs doen, is echt, ook hun pijn, hun uitputting. Niet altijd even gemakkelijk om naar te kijken. Destijds riep een woedende bezoeker: "Jan Fabre, waar zit je? Ik kom op je gezicht slaan."
Real time, real action
De remake in 2013 is nog steeds een happening. Jan Fabre heeft niets hoeven te veranderen, vertelt hij op het terras van de Stadsschouwburg. Ook niet aan alledaagse dingen die in die dertig jaar erg veranderd zijn, zoals het beeld van mensen die op straat lopen te bellen of sms-en? "Nee, juist niet", beklemtoont hij, "omdat het een voorstelling is waarin de herhaling een grote rol speelt, is het goed om die alledaagse handelingen niet aan de actualiteit aan te passen. Omdat de wereld steeds sneller is geworden, is het een soort catharsis voor mensen. Alles speelt zich in real time af: 'real time, real action'. Herhaling is de drijvende motor om iets te vertellen wat wezenlijk is. En al lijkt de handeling steeds dezelfde, de intentie erachter verandert. Acteurs worden moe bijvoorbeeld en dat zie je, dat voel je."
De tijden zijn veranderd
Wat wel is veranderd, is de reactie van het publiek: "In 1982 liepen veel mensen weg. Ze vonden het waardeloos, vulgair. Intussen maakt de voorstelling deel uit van de theatergeschiedenis en is de remake in het buitenland (Berlijn, Brussel, Sevilla) enthousiast ontvangen. "Inmiddels is de voorstelling misschien nog wel radicaler geworden dan toen", vindt hij zelfs: "De tijden zijn veranderd. Er is nu veel conservatisme en rechts nationalisme, zeker in Vlaanderen. Toneel wordt gauw te moeilijk gevonden of niet publieksvriendelijk genoeg. Terwijl ik theater juist zo'n mooi medium vind. Ik zie bij toneelspelers, dansers en zangers altijd zoveel passie en betrokkenheid. Zo'n gedrevenheid. Het gaat nooit over geld, ook niet tijdens de gesprekken achteraf in de kroeg. Bij de collega's in de beeldende kunst gaat het juist altijd over geld."
Of zijn eigen ambitie veranderd is? Hij lacht even en zegt dan: "Ik ben meer naar binnen gekeerd. Ik hoef mezelf niet meer te bewijzen, ik heb al in de beste musea en op de grote podia gestaan. Mijn motto is: It takes a lifetime to become a young artist."