Theatergroep De Warme Winkel gaat deze zomer helemaal los met een bewerking van De Drie Musketiers. Het wordt een voorstelling met veel spektakel, acteurs die de degens kruisen en legers figuranten die een virtuoze dood tegemoet gaan.

'Eén voor allen en allen voor één', zo luidde het motto van de drie musketiers, Aramis, Athos en Porthos, later aangevuld door de vierde stoere held, waarschijnlijk zelfs de bekendste: D'Artagnan. De Franse schrijver Alexandre Dumas beschreef hun avonturen in feuilletonvorm in 1844.Volgens Vincent Rietveld, een van de kernleden van De Warme Winkel, zou je het succes van de roman kunnen vergelijken met dat van een populaire Netflix-serie nu: "Het was een van de allereerste feuilletons ooit. Binnen de kortste keren vertienvoudigde de oplage van de krant waarin Dumas publiceerde, elke dag een aflevering. Het was een enorme hit, heel geraffineerd opgezet, anders dan een roman die vaak in één boog is gecomponeerd. De Drie Musketiers bestaat uit heel veel kleine boogjes: in elke aflevering zit wel een liefdesscène en een knokscène. Het is heel spannend. Je voelt een bepaalde hitsigheid, een noodzaak om te entertainen. Dat voelen wij ook heel sterk, zeker hier op het grote toneel van het Amsterdamse Bostheater."

Spektakel

Het plan om 'iets' te doen met De Drie Musketiers bestond al langer, vertelt Vincent: "Het begon eigenlijk als een grap, omdat we (Ward Weemhoff, Mara van Vlijmen en ik) alle drie graag paardrijden. En we wilden ook al heel lang een keer een voorstelling maken in het Amsterdamse Bostheater. De afgelopen jaren hebben we veelal met meer serieuze voorstellingen in concert- of theaterzalen gestaan, zoals Frascati, de Stadsschouwburg (nu ITA) en geregeld bij het Holland Festival. Dit wordt totaal anders, lekker veel grappen, vechtpartijen – we hebben allemaal schermles – en spectaculaire scènes. Heerlijk om te doen, maar ook lastig. Een goede grap maken is een kwestie van timing. Op een immens toneel als dit, en dan ook nog in de open lucht, werkt dat totaal anders dan in een theaterzaal. Als je opkomt, moet je eerst een heel eind lopen."

Ironie

In de doorloop, vier weken voor de première, zit het wel goed met de slapstick en het spektakel. Het decor (Juul Dekker) is een in elkaar geknutseld staketsel, met kasteelmuren en een heuse ophaalbrug. De teksten zijn grotendeels ontleend aan de dialogen van Dumas (niet gemoderniseerd, dus een snoodaard heet gewoon een snoodaard), en tegelijk wordt er geregeld F*** geroepen en ontbreekt de ironie zelden. "Het is gewoon een heerlijk zwartwit verhaal, alleen dan in rood en blauw. Vergelijkbaar met de Sharks en de Jets uit de West Side Story, bendes tegenover elkaar. In feite zijn de drie musketiers een soort corpsballen, edellieden die niks te doen hebben, behalve met geld smijten en zichzelf en elkaar bewonderen. Het is een jongensboek, over moed en eer, over voor elkaar door het vuur gaan, al die klassieke idealen die eigenlijk tegenwoordig helemaal geen ideaal meer zijn. Helaas kunnen we geen echte paarden gebruiken, dus we gebruiken – of misbruiken – om het spektakel meer body te geven, een flink aantal stagiairs. Pieter Kramer hebben we gevraagd voor de eindregie. Hij is natuurlijk de ongekroonde koning van de grote spektakelstukken. Dus alles kan nog veranderen.

De Drie Musketiers is een van de meest verfilmde verhalen, iedereen heeft het ooit weleens gezien. Het zit barstensvol clichés, waarmee we heerlijk kunnen spelen. We hebben er altijd plezier in een afgelikte boterham fris op te dienen." (Uitkrant, juli 2019)