Nationale Opera & Ballet / Operetta Land
Interview Steef de Jong
'Ik wil graag dat alles er simpel uitziet'
Met fantasie en verbeelding (en operette) maken we de wereld een beetje mooier, aldus Steef de Jong. In Operetta Land slaagt hij daar glansrijk in. Het is een bruisende voorstelling geworden, een operette over operette, met geweldige teksten van Paulien Cornelisse en spectaculaire decors van karton, Steefs handelsmerk.
Groots en Meeslepend heet het gezelschap dat Haarlemmer Steef de Jong in 2013 samen met Ina Veen opzette. De keuze voor die naam maakt hij ruimschoots waar. Begin september debuteerde hij al bij de Volksoper in Wenen, het Walhalla voor de operettekunst, en afgelopen zondag ging zijn Operetta Land in première bij De Nationale Opera.
De Jong is klein begonnen met een eenmans-operette-trilogie over (vooral) zijn liefde voor de 19e eeuw en keizerin Sisi. Er volgden met toenemend succes meer voorstellingen, zoals De Modern Art Revue (met Alex Klaasen), het Operetteuurtje en Eine Nacht in Venedig. Kenmerkend zijn, behalve zijn voorliefde voor operette, de uitklapdecors en bordkartonnen rekwisieten. "Ik wil graag dat alles er simpel uitziet, alsof je het thuis kunt maken."
Een zaal waar 1600 toeschouwers in passen en een toneel dat meer dan twintig meter breed is, dat is wel even een overgang. "Mega spannend. Alles is zo groot. Ik ben gewend heel kleinschalig te werken met mijn vaste team", vertelt Steef. Twee weken voor de première wordt er voor het eerst op het toneel van Nationale Opera & Ballet gerepeteerd. Het is een spannend moment. Normaal maakt Steef alles zelf in zijn atelier; nu heeft hij de uitvoering grotendeels uitbesteed aan het Decoratelier van Nationale Opera & Ballet. Waar hij gewoonlijk werkt met behapbare rekwisieten van pakweg anderhalf bij 2 meter, zijn die nu pakweg tien keer zo groot. Al meteen blijkt dat hij goed gebruik heeft gemaakt van de technische mogelijkheden: hij komt op uit de nok van het theater, op een fiets!
Tijdens de repetitie is Steef overal tegelijk. Hij is niet alleen de bedenker van de voorstelling maar hij heeft ook het decor en de kostuums ontworpen én hij is de verteller die het verhaal aan elkaar breit en daarnaast ook nog zingt en danst. En waar hij normaal hij alles zelf in de hand heeft, is er nu een heel team van mensen om hem heen aan het schuiven met decorstukken: hele kasteeltorens zijn er gebouwd, riante tuinen waarvan de heggen – gesnoeid door een leger aan heggenschaarhuzaren – in alle mogelijke dieren blijken te kunnen veranderen, een vrachtwagen met champagne en truffels (achter het stuur zit een varken), een eetzaal wordt tevoorschijn getoverd. Je kijkt je ogen uit.
Een van de lakeien – pardon, heggenschaarhuzaren –vertelt in de pauze hoe leuk het is om mee te werken aan de productie; hij is ook betrokken bij het beschilderen van de rekwisieten. Joost, de voorstellingsleider, rent heen en weer van het toneel naar achter in de zaal waar de regietafel zit. Na afloop van de eerste doorloop is iedereen opgetogen: het werkt!
Een week later wordt er voor het eerst met het orkest gerepeteerd; tot nu toe zijn alle repetities begeleid door een van de pianisten. De voorstelling wordt begeleid door het Nationaal Jeugdorkest – jong toptalent tussen de 18 en 26 jaar – onder leiding van Aldert Vermeulen. Wonderlijk om te zien hoe al die scènes, die wekenlang los van elkaar gerepeteerd zijn zonder licht, decor of kostuums, nu in elkaar vallen en elkaar versterken en hoe zo'n orkest de zangers ongelooflijk veel energie geeft.
Steef heeft het verhaal bedacht maar de teksten, ook die van de vele aria's op rijm, zijn van de hand van Paulien Cornelisse. Zij heeft prettig zingbare en buitengewoon geestige teksten geschreven, in vaak alledaagse taal. Zo zingt de minister van Financiën: 'De kas is leeg, we zijn failliet/ Geen cent om te verdelen
Maar zeuren, nee, dat doen we niet/ Wel smeren wij de kelen'.
Het verhaal is niet na te vertellen, maar prima te volgen: er is uiteraard een paleis met een koningin en een prinses, er zijn diverse kandidaten die naar haar hand dingen; er is een bal en een heleboel verkleedpartijen, er komt natuurlijk een slechterik opdagen die de boel in het honderd laat lopen – niet toevallig afkomstig uit Operanië oftewel het land van de Opera – en soms komen er ook wat goden aan te pas. Met veel tongue-in-cheek grappen naar het operagenre en prikjes naar de actualiteit. De Jong speelt de rol van De Verzinner, degene die zijn fantasie de vrije loop laat zowel de problemen bedenkt als de oplossingen. En iedereen verzekert: in Operetta Land komt alles altijd goed. En zo krijgen, ondanks de doorstane ontberingen en perikelen, de (goede) prins en de prinses elkaar en zelfs houdt De Verzinner Steef er een mooie liefde aan over.
De generale op zaterdag is met de nodige hobbels gegaan – de techniek werkte niet optimaal – maar de première op zondagmiddag is een enorm succes. Operetta Land heeft de charme van houtje-touwtjetheater; het lijkt eenvoudig maar het is geestig, ontwapenend, vol verrassingseffecten en er wordt ook nog geweldig gezongen.
(Mediahuis, september 2022)