Ze is zo ongeveer specialist in vanwege corona afgelaste producties, regisseur Eline Arbo. In het voorjaar zou ze bij NNT Dronken Mensen maken, wat uiteindelijk resulteerde in een ingekorte onlineversie, overigens nog steeds zeer de moeite waard. Daarna zou bij het National Theatret in Oslo de voorstelling Jane Eyre, naar het boek van Charlotte Brontë, in première gaan. En op 29 oktober 2020 zou bij Toneelschuur Producties Drie Zusters in première zijn gegaan, de opvolger van theaterhit Weg met Eddy Belleguele.
We spreken elkaar vlak daarna: de repetities gaan nog door, al is er nog geen enkele duidelijkheid over een nieuwe premièredatum. Omdat een van de spelers corona leek te hebben – het bleek uiteindelijk loos alarm – , heeft het repetitieproces vertraging opgelopen. Daarnaast voelde de Toneelschuur op basis van de besmettingscijfers de verantwoordelijkheid om reisbewegingen van makers, acteurs en technici voorlopig te beperken. Het is lastig, vertelt ze, om zonder de druk van een werkelijke première de productie toch 'af' te maken: "Je hebt de focus nodig van een stip aan de horizon, om die extra adrenaline te voelen stromen als je weet dat het er nu echt op aan komt. En je maakt theater voor publiek; we missen de try-outs, de reactie van mensen." Als regisseur moet ik blijven inspireren en optimistisch zijn; niet altijd eenvoudig als alles wat zeker lijkt toch weer verandert. Ik heb het vertrouwen dat het theater gaat overleven. Theater heeft al 2500 jaar alle stormen doorstaan. We moeten eenvoudig zoveel mogelijk blijven doen wat we doen."
Weg met Eddy Belleguele
Ze is blij met het succes van Weg met Eddy Belleguele, de voorstelling die ze dit voorjaar maakte bij Toneelschuur Producties en die unaniem als de beste voorstelling van het afgelopen theaterseizoen wordt beschouwd. "Wat ik voor ogen had is gelukt. Alle puzzelstukjes klopten", zegt ze met een glimlach. "De voorstelling gaat over een jongen die volwassen wordt, zijn seksualiteit ontdekt. Het is een heel zintuiglijke 'coming of age' verhaal dat voortdurend schakelt tussen de rauwheid en heftigheid van de personages om hem heen en de artisticiteit en gevoeligheid van de hoofdpersoon."
Ze had vanaf het begin het idee dat de vier acteurs om beurten de rol moesten spelen van Eddy Bellegueule: "Ik vind het interessant om te laten zien hoe personages zich ten opzichte van elkaar verhouden en dat bereik je door hen alle vier te laten zien als Eddy. Louis laat in zijn autobiografische boek zien hoe heftig het milieu is, waarin hij is opgegroeid maar hij probeert ook om zijn ouders, zijn buren, zijn vrienden te begrijpen; hij veroordeelt niet. En hij laat zien dat Eddy weliswaar te zien is als een slachtoffer van het systeem maar dat zijn ouders op hun beurt ook slachtoffer van het systeem zijn.
Dat probeer ik ook in het theater door een 'live re-enactment' te creëren. Door om beurten in en uit de rol te stappen van de mensen om Eddy heen, zijn vader, moeder enzovoorts, dwing je hen als het ware tot empathie. Dat maakt het heel sterk. Je krijgt zo het gevoel 'we zijn allemaal Eddy Bellegueule', maar we zijn ook de mensen om hem heen, die hem treiteren of uitschelden. Theater is een oefening in inlevingsvermogen: met tekst, muziek en beelden samen creëer je een totaalervaring. Dat maakt theater voor mij tot de ultieme politieke kunstvorm. Je kunt er begrip mee kweken."
Met drie van de acteurs, Victor IJdens, Jesse Mensah en Felix Schellekens had ze al eerder gewerkt, Romijn Scholten is er als stagiair bij gekomen: "Ik wist heel precies wat voor iemand ik zocht, ik miste een bepaald soort naïviteit en dat heeft hij bij uitstek. Romijn is misschien wat minder ervaren dan de anderen, maar dat gaf hem juist een heel mooi soort kwetsbaarheid."
Drie Zusters
Ze reflecteert in haar voorstellingen doorgaans op een maatschappelijk thema; in het geval van Drie Zusters is dat vrouwenemancipatie. Nederland loopt behoorlijk achter, vindt ze: "Kinderen krijgen wordt niet gezien als een maatschappelijke kwestie maar als een persoonlijke keuze. Als je alleen al kijkt vanuit het theater: waar zijn de vrouwelijke regisseurs of artistiek leiders met kinderen? In Noorwegen is het normaal dat beide ouders weer werken als het kind 1 jaar is; hier vertellen de cijfers en statistieken een heel ander verhaal." Arbo ziet een parallel tussen Tsjechovs drie zussen die (vergeefs) op een beter leven hopen en de positie van vrouwen nu: "Het gevoel van vastzitten en niet weten hoe je eruit moet komen."
Als ze begint met een voorstelling naar bestaand werk, maakt ze eigenlijk altijd zelf de bewerking en voegt ze ook andere teksten toe als die relevant zijn: "Het is ongelooflijk leuk en inspirerend, en het dwingt je om je keuzes helder te maken."
In haar enscenering van Tsjechovs klassieker gebruikt ze opnieuw een sterk theatrale vorm: de gaat van klassiek – het begint in 1901, de premièredatum van Drie Zusters – tot super hedendaags, in 2020, scherend langs de vier feministische golven, zowel inhoudelijk als muzikaal en in de vormgeving. Van het begin van de twintigste eeuw (met koormuziek) naar de jaren zestig (Animals), eind jaren tachtig (met de grote feministische heldin Kate Bush) naar nu (Billie Eilish). Muziek speelt in al haar werk een grote rol. Met Thijs van Vuure, haar partner in leven en werk, begint ze elke voorstelling met het maken van een muzieklijst: welke sfeer wil ik neerzetten, welke instrumenten passen daarbij. In al haar voorstellingen zingen de acteurs ook en spelen ze instrumenten.
Door terug te kijken in de tijd, probeert ze in Drie Zusters een antwoord te geven op de vraag wat de geschiedenis ons eigenlijk heeft opgeleverd. "We gaan ervanuit dat er voortdurend vooruitgang wordt geboekt, maar dat is helemaal niet zo. Kijk naar wat er in Polen gebeurt bijvoorbeeld. We kunnen ons echt niet permitteren om stil te staan. Er is zoveel wat we moeten aanpakken op het gebied van vrouwenemancipatie; ook in Scandinavië, dat wordt gezien als een soort paradijs voor vrouwenrechten, is nog het nodige te doen."
De uren
Eerst gaat ze nog naar Noorwegen (Stavanger) waar ze een enscenering van Schillers Maria Stuart gaat maken en daarna, deo en corona volente, begint ze bij ITA aan de repetities van De uren naar de roman van Michael Cunningham die ook uiterst succesvol is verfilmd. De uren speelt zich af op telkens één dag uit het leven van drie vrouwen – "ja, alweer vrouwen, het is duidelijk waar mijn belangstelling op dit moment ligt" – : een boekenuitgever, een huisvrouw en de schrijfster Virginia Woolf. "Een fantastisch boek over vrouwen die worstelen met het bestaan en zich afvragen hoe ze zichzelf kunnen zijn in een wereld die knelt als een keurslijf. Het is bijzonder hoe Cunningham existentiële kwesties combineert met maatschappelijke thema's. Door vrouwen in drie verschillende tijden te portretteren, ontstaan er vragen over het niveau van emancipatie en de rolpatronen die verborgen liggen in onze cultuur. Tegelijkertijd is het een prachtig en intiem portret van die vrouwen."
Vanzelfsprekend engagement
Politiek en theater, het zijn lang elkaar uitsluitende werelden geweest – voor 'boodschappen' ga je naar de winkel. Dat is niet meer zo bij de nieuwe generatie theatermakers, constateert ze: "Ik herken bij veel andere makers de drijfveer om theater te maken dat ergens over gáát, dat maatschappelijk betrokken is, waar engagement uit blijkt." Voor haarzelf is het inmiddels een vanzelfsprekendheid.
Ze noemt zich desgevraagd een optimist en wijst naar de poster aan de muur de Toneelschuur van I am Greta, de film die net uit is over de jonge milieuactiviste: "Er is genoeg reden tot optimisme, er zijn veel krachtige tegenstemmen. We moeten geloven dat we de wereld wel degelijk kunnen veranderen."