Interview George Tobal

'Ik wil voorstellingen maken die er echt toe doen'

Waarom is het kwaad zo fascinerend? Waarom gaat het in boeken of films altijd maar weer over destructieve krachten die grote aantrekkingskracht blijken te hebben? Ik begrijp het niet." Theatermaker George Tobal wil geen cynicus worden, maar soms is dat lastig als maatschappelijk geëngageerd theater maker: Ik wil niet geloven in kwaadaardigheid."

Binnenkort gaat zijn nieuwe voorstelling 'Doekje voor het bloeden', die op Oerol in première ging, op tournee door de theaters én staat hij in 'Denkend aan Holland', een monoloog van Floris van Delft. Genoeg reden voor een gesprek.

De oorspronkelijk uit Syrië afkomstige Tobal heeft sinds dit jaar zijn eigen stichting, George Tobal Producties, na vijftien jaar een duo te hebben gevormd met de Joodse Eran Ben-Michaël. Ze maakten onder meer de veelbesproken trilogie 'George & Eran lossen wereldvrede op', waarin ze met Joodse zelfspot en Syrische bevlogenheid hun eigen familiegeschiedenis en hun persoonlijke standpunten onderzochten, op zoek naar de kern van het conflict in het Midden-Oosten. Om het voor eens en voor altijd op te lossen.

Dat dat helaas niet helemaal heeft gewerkt, is niet de reden dat ze uit elkaar zijn gegaan. We zijn de laatste jaren uit elkaar gegroeid", is het simpele antwoord op mijn vraag waarom ze niet meer als duo optreden. Met zijn nieuwe stichting wil hij alleen nog maar theater maken dat maatschappelijke impact heeft: Ik wil voorstellingen maken die er echt toe doen."

Zoals 'Doekje voor het bloeden', waarin hij samenwerkt met regisseur Greg Nottrot van het Utrechtse NUT. Tobal schreef de tekst en om beurten spelen ze mee. Het is een muzikale, tragikomische theatervoorstelling geworden over daklozen, hulpverleners, goede bedoelingen en de – vaak bizarre – verhalen achter armoede.

Het duurde lang voordat ik een goede vorm had gevonden", vertelt Tobal. Armoede raakt mij en dakloosheid is een extreme vorm van armoede. Het is lastig om het over armoede te hebben, zonder tot slachtofferschap te vervallen.

De hoofdpersoon in 'Doekje voor het bloeden' is Willem. Hij is op straat gezet, verslaafd geraakt en ondanks de inzet van een onvermoeibare maatschappelijk werker lijkt hij niet te redden; hij loopt voortdurend tegen de absurde regelgeving aan en raakt steeds depressiever. De andere acteurs spelen de personages om Willem heen, zoals zijn moeder die de moed erin probeert te houden met levensliederen à la André Hazes en met veel mannen en Igor, zijn straatvriend.

Het levensverhaal van de thuisloze Willem wordt niet rechttoe rechtaan verteld, maar geregeld onderbroken door de schrijver/verteller. Het is een manier om een te hoog 'zieligheids'-gehalte te voorkomen, legt Tobal uit: De verteller haalt het publiek af en toe uit het verhaal door vragen te stellen: wie heeft er medelijden met Willem? Hoe zou je die sympathie nog kunnen vergroten? Moet Willem er verwaarloosd uitzien of juist best wel netjes? Op die manier betrekken we het publiek er dichterbij en moedigen we hun eventuele schuldgevoelens nog wat aan…". Hij lacht.

De rol van Willem wordt trouwens door een vrouw gespeeld, door Yasmina Abdelmoumen. Dakloosheid is niet gekoppeld aan gender of ras. En zij speelt de rol geweldig, al is het waarschijnlijk wel zo dat zij met haar open spel meer sympathie opwekt dan de 'gemiddelde Willem'. Kunst heeft altijd meer effect dan de werkelijkheid; door te stileren kan je mensen echt raken. Het klinkt als een zware voorstelling maar er zit juist veel lichtheid in, veel humor en muziek. Er wordt keihard gehuild, maar ook keihard gelachen. De vraag die we van tevoren hadden was: kan je wel lachen om armoede?" En?

Het antwoord is volmondig: ja. Dan hebben we het natuurlijk wel over lachen om de bizarre situatie waarin iemand verkeert, niet over de persoon zelf, dat is iets heel anders."

Willem komt op een gegeven moment in opstand tegen de schrijver, hij verzet zich tegen wat hij een 'armoede-peepshow' noemt. De titel speelt met de vraag of het wel zin heeft om een dakloze wat geld te geven. Is dat niet een 'doekje voor het bloeden'? Waardoor de gever zich moreel even verheven voelt en de ontvanger er ondanks de goede bedoelingen eigenlijk (bijna) niks mee opschiet. Helpen heeft altijd twee kanten: is de gever niet stiekem bezig zijn eigen hoogstaande moraal te verwezenlijken?"

Zelf heeft hij armoede leren kennen toen hij op zijn twaalfde met zijn familie vanuit Aleppo moest vluchten en in Nederland belandde. Hij heeft maar liefst elf jaar in een azc gezeten, tot zijn 23ste: We moesten van leven van 50 euro per week." Hij zal hij niet gauw een dakloze voorbijlopen: Ik geef altijd wat geld. Ik heb veel respect voor daklozen, het is een heel zwaar leven."

Vanaf 7 oktober speelt Tobal ook nog in 'Denkend aan Holland' (zie kader). Het is een speciaal voor hem geschreven monoloog van Floris van Delft, die ook de regie doet. Ze werkten eerder samen in 'Hoe ik talent voor het leven kreeg' (2020). Tobal: Eigenlijk is dit stuk een vervolg daarop. Het gaat over Samir, een schrijver die zijn huis aan het inrichten is. Intussen schrijft hij een roman over een vrouw die asiel gaat aanvragen in zijn thuisland. Het is een soort omgekeerd proces: het is oorlog in Nederland en zij moet vluchten naar het land waar hij vandaan komt. In wezen gaat het om een gevecht tegen verbittering: Samir wil niet de ander beschouwen als de schuld van zijn misère, zoals sommige politici helaas doen. Hij laat zien dat wat haar overkomt aan narigheid aan de situatie ligt, niet aan de mensen. Het gaat opnieuw over kwaadaardigheid. Zijn mensen intrinsiek slecht of doen ze slechte dingen door de situatie waarin ze verzeild zijn geraakt. Ik ben een optimist, ik geloof erin dat het aan de situatie ligt."

Met 'Denkend aan Holland' gaat hij, behalve in het theater ook op bijzondere plekken spelen, voor organisaties die werken voor mensen met een vluchtverleden, in samenwerking met NewBees: Ik vind het belangrijk om een voorstelling te maken die mensen die niet zo vaak naar theater gaan ook begrijpen, waar ze om kunnen lachen en huilen. Het hoeft geen Kunst met een grote K te zijn."

[in kader] 'Denkend aan Holland'

WAT WE DOEN, 'Denkend aan Holland'

Van 7 oktober t/m 23 januari speelt George Tobal een monoloog voor het gezelschap WAT WE DOEN, geschreven door en in regie van Floris van Delft. In 'Denkend aan Holland' stapt een man met een verblijfsvergunning de poort van het azc uit, de samenleving in. Hij is op de hoogte van alle procedures en loketten, maar het land en haar inwoners kent hij nog niet. 'Denkend aan Holland' raakt daarmee aan iets universeels: de stille eenzaamheid die kan ontstaan als je je nergens echt vertrouwd voelt. De voorstelling is te zien in o.a. Den Haag, 19 en 20 nov; Zaandam,21 nov; Leiden, 3 dec; Heerhugowaard, 12 dec; Utrecht, 14 jan; Haarlem, 15 jan en Amsterdam, 20/21 jan

Theater/ Margriet Prinssen / George Tobal Producties en het NUT: 'Doekje voor het bloeden' / Tekst: George Tobal / Regie: George Tobal / Spel: George Tobal / Greg Nottrot (alternerend), Kiki van Deursen, Michiel Blankwaardt, Yasmina Abdelmoumen / Muziek en spel: Milan Sekeris / Te zien: Utrecht, 4 t/m 21 sept en 18 nov; Amsterdam, 30 sept, 24 okt,1 nov, 24 nov; Haarlem, 17 okt; Zaandam, 30 okt; Den Haag, 12 nov; Leiden, 19 nov / Alkmaar, 21 nov / Meer info: georgetobalproducties.nl of het-nut.nl

(Mediahuis, 21 augustus 2025)