Toneelgroep Maastricht / De Kersentuin

Interview Michel Sluysmans

'De kern van Tsjechovs Kersentuin blijft stevig overeind'

Er staat geen zin van Tsjechov meer in", lacht Michel Sluysmans. "En toch houden we de kern van waar De Kersentuin over gaat, de kersenpit, stevig overeind in onze bewerking." Zijn eigentijdse versie is, ook voor verstokte Tsjechov-fans, een feest van herkenning.

Sluysmans legt uit waarom hij een nieuwe tekst wilde laten maken: "De oorspronkelijke versie speelt tegen de achtergrond van het Rusland van ruim honderd jaar geleden, met alle sociale, politieke en maatschappelijke problemen van die tijd: een tsaar, lijfeigenschap, een keizerrijk op de laatste benen. In onze enscenering hebben we de issues van toen vervangen door de grote kwesties van nu: het neoliberalisme, de dreigende ondergang van de planeet." De tekst is geschreven door huisschrijver Jibbe Willems: "We zijn samen een jaar lang om de zoveel weken gaan wandelen. Van onze gesprekken maakte ik een verslag waar hij – niet onbelangrijk – niet op mocht reageren. Pas bij de volgende wandeling bespraken we zijn commentaar en alles wat we in de tussentijd bedacht hadden. Dat werkte heel goed en omdat we tot in details de personages, locaties en de ontwikkeling van het verhaal hadden doorgesproken, kon Jibbe het in relatief korte tijd schrijven."

Net als vorig jaar de veelgeprezen voorstelling Een Meeuw, ook naar Tsjechov, is ook deze enscenering goed ontvangen door pers en publiek. Geen wonder met hoofdrollen van Anniek Pheifer en Jeroen Spitzenberger, een fantastisch ensemble en livemuziek van multi-instrumentalist Beppe Costa. Hij speelt buitengewoon geestig de rol van Firs, de bediende die te pas en te onpas tegeltjeswijsheden debiteert én hij zorgt met zijn muziek voor de melancholische ondertoon die Tsjechov zo eigen is.

Het verhaal gaat over de actrice Ljoebov die na jaren terugkeert op haar familielandgoed. Dat landgoed, met al die mooie kersenbomen, is intussen steeds meer verwaarloosd en zal binnen afzienbare tijd onvermijdelijk failliet gaan. Buurman Lopachin weet wel een oplossing: hij wil er een vakantiepark van maken met eco zomerhuisjes.

De tekst is geestig en spitsvondig, met rake dialogen. Spitzenberger is een verrukkelijke Lopachin: een keiharde werker, een tikje louche hier en daar maar ook ontroerend onhandig. Hij vertegenwoordigt de doener, hij steekt de handen uit de mouwen, hij gelooft nog in vooruitgang, terwijl de anderen vooral twijfelen aan alles en wachten tot er iets onherroepelijks gebeurt.

Een mooie rol is ook weggelegd voor de dochter van Ljoebov, sterk gespeeld door 'Ntianu Stuger. Zij is een Greta Thunberg-achtige activiste, een van de weinigen die nog ergens in gelooft. Dat de kersentuin wordt omgehakt, is onvermijdelijk; toch is het geen tranendal aan het eind, vindt Sluysmans: "Drie bedrijven zitten ze aan te hikken tegen het onvermijdelijke en als aan het eind de pleister dan eindelijk hardhandig wordt weggetrokken, beginnen ze gewoon opnieuw. Toch enigszins hoopvol en redelijk welgemutst. Als waar je heel lang bang voor bent geweest waarheid wordt, blijkt het meestal mee te vallen. Ook hier geldt: de mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest."

(Haarlems Dagblad, 29-3-2023)