Interview met Peter Dijkstra
'Wat in al die jaren hetzelfde is gebleven, is het streven naar artistieke excellentie'
Hij is al vijfentwintig jaar betrokken bij het koor als (gast-)dirigent, sinds 2006 is hij vaste dirigent en in september viert hij zijn tienjarig jubileum als chef-dirigent. Hij heeft het enorm naar zijn zin: 'Het Nederlands Kamerkoor (NKK) wordt gekenmerkt door een combinatie van transparantie en warmte die nergens anders te vinden is.'
Het Nederlands Kamerkoor heeft zich in die tijd enorm ontwikkeld, vindt hij, al is het duidelijk dat hij op de schouders staat van de grote dirigenten voor hem. Het NKK bestaat bijna negentig jaar en heeft een heel eigen profiel, anders dan bijvoorbeeld het Zweeds Radio Koor, waar hij sinds 2019 eredirigent is of het Chor des Bayerischen Rundfunks, waar hij sinds 2022 opnieuw is aangesteld als artistiek leider.
Goede balans
Een van de belangrijke elementen die bijdragen aan het succes van het NKK is de samenwerking met artistiek directeur Tido Visser, vertelt hij: 'We werken heel prettig samen Het is een soort joint venture waarbij we elkaar de bal toespelen. Ik vertel hem mijn wensen: wat goed zou zijn voor het koor om op het repertoire te zetten of juist ontzettend leuk zou zijn om te doen. Tido kan soms wat conceptueler denken, al gaat het ook weleens andersom. Uiteindelijk komt daar altijd een mooi programma uit, gestoeld op een goede balans tussen vernieuwing en herkenbaarheid. Natuurlijk stuurt hij mij soms bij, als dat nodig is, of andersom, maar dat gaat altijd met respect. Het klikt gewoon ontzettend goed, we begrijpen elkaar met een half woord en we hebben nog steeds heel veel ideeën voor nieuwe programma's of voor hoe het nog beter kan.'
Artistieke excellentie
Hij heeft geen specifieke voorkeur voor een bepaald repertoire: 'Ik houd van middeleeuwse muziek, van de barok, maar ook van moderne muziek en alles wat ertussen ligt. En ik houd van afwisseling; het is me niet snel bont genoeg.'
Vermoedelijk is het accent in de programmering de afgelopen vijfentwintig jaar wel wat anders komen te liggen, vermoedt hij: 'We doen minder zuivere a capella-concerten dan vroeger, in de ouderwetse zin: een koor, met een dirigent ervoor. We werken veel vaker samen met andere ensembles, er zijn meer semiscenische producties. Die verbreding is prima, al moeten we ervoor zorgen dat we onze herkenbaarheid niet verliezen. Er is nog steeds een grote – en misschien wel een toenemende –vraag naar het a capella-repertoire. Wat in al die jaren hetzelfde is gebleven, is het streven naar artistieke excellentie.'
Kleurenpalet
Wat bedoelt hij precies met die 'combinatie van transparantie en warmte die nergens anders te vinden is'? 'Ik ben altijd op zoek naar de balans tussen helderheid en donkerte. Je speelt als het ware met een kleurenpalet; het gaat om minieme, caleidoscopische veranderingen van klank. Het NKK heeft die balans wat mij betreft gevonden. Als je het vergelijkt met Scandinavische koren, die zijn vaak heel helder en transparant, maar daar mis ik soms een body, een vulling. Bij andere koren, zoals het Chor des Bayerischen Rundfunks, waar ik artistiek leider ben, mist juist die helderheid soms, terwijl het geluid wel mooi vol is.
Waar het NKK ook in uitblinkt is de meerstemmigheid van de klank, de soepelheid in het taalgebruik. We werken altijd met taalcoaches of native speakers. Daar ben ik obsessief mee bezig, ik wil echt de allerhoogste perfectie bereiken. Ik ben relatief detail-bezeten.'
Hoogtepunten
Gevraagd waar hij het meest naar uitkijkt in het komend seizoen, aarzelt hij geen seconde: 'Een van de absolute hoogtepunten wordt voor mij Vigilia van de Finse componist Rautavaara. Het is echt een geweldig stuk, een a capellacompositie, minder bekend maar minstens even mooi als de Vespers van Rachmaninov. Het is een prachtig, duister koorwerk in het Fins, naar de Fins-Orthodoxe liturgie.
Daarnaast natuurlijk Bachs meesterwerk, het Weihnachts-Oratorium, dat we brengen met het geweldige barokensemble Akademie für Alte Musik Berlin. De Matthäus-Passion doen we maar liefst in twee uitvoeringen dit jaar, eenmaal met het Residentie Orkest en daarna met het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Klaus Mäkelä. Ik heb een paar jaar geleden voor het eerst met hem samengewerkt in Mozarts Requiem. Dat ging heel goed."
Samenwerking
Er heerst altijd een zekere spanning tussen de orkest- en de koordirigent bij gezamenlijke optredens. Dijkstra heeft ervaring met beide posities en vindt het belangrijk om dichtbij zijn eigen rol te blijven: 'Bij Mozarts Requiem (2022) heb ik het koor ingestudeerd precies zoals ik het altijd doe en daar was Mäkelä blij mee. Het komt ook wel eens voor dat een orkestdirigent wat meer lijkt te werken vanuit een instrumentale achtergrond en minder voeling heeft met zang, maar ik heb zelden grote problemen ervaren. En ik heb mogen werken met de groten der aarde, met Abbado, Jansons, Mutti.'
Troost
Klopt het dat er sprake lijkt van een toename van de belangstelling voor koormuziek of voor religieuze, misschien meer spirituele muziek? 'Dat zou goed kunnen, ik herken dat wel. Mensen zijn op zoek naar houvast in een steeds chaotischere, onzekere wereld. Koormuziek biedt troost. De menselijke stem heeft een belangrijke kwaliteit. Je luistert naar harmonie, naar hoe vier totaal verschillende partijen met elkaar samen een zo mooi mogelijke klank voortbrengen. Als alles klopt, breng je een ongekende harmonie teweeg.'
(Programmabrochure NKK 2025-2026)