Collectief Blauwdruk, Een Ingebeelde Ziekte
Interview Blauwdruk
Fraaie barokke variaties in een medisch-futuristisch nepjargon
Het is 2371 en de onsterfelijkheid lijkt bijna bereikt. Totdat er opeens een onverklaarbare ziekte uitbreekt. Of is dat maar inbeelding? In Een Ingebeelde Ziekte, zeer vrij naar het beroemde toneelstuk van Molière, de koning van de komedie, neemt Blauwdruk een hilarische duik in de pruikentijd.
Het is een van de veelbelovende voorstellingen van festival Karavaan, dat Blauwdruk opnam in de Nieuwe Makers Regeling (samen met Boslab) na het succes van eerdere voorstellingen als Recht op de hemel (2021), een rauwe en radicale bewerking van Vondels Lucifer. 'Weergaloos toneel', schreef Theaterkrant.
De kernleden van het collectief werkende Blauwdruk vonden elkaar op de Toneelschool in Arnhem waar ze een voorliefde bleken te delen voor barok theater, met veel dramatiek en theatrale gebaren, over de grote thema's van het leven. Zoals ze op hun website schrijven: 'Ondanks de chaotische, postmoderne wereld waarin wij leven, gaan wij als millennials - tegen beter weten in - toch op zoek naar een BLAUWDRUK van de mens.' Alle drie zijn ze bovendien ook echte taalnerds; ze kicken op rijm, luchtige clichés en bloemrijke taal.
Dat wordt meteen duidelijk: de voorstelling wordt gespeeld in heerlijk nep-Frans en het wemelt van de talige grappen. In het spiksplinternieuwe eigen productiehuis van Karavaan, het Makershuis in Alkmaar, woon ik een repetitie bij. Romijn Scholten, Tijn Panis en Bram Walter spelen met gastspeler Maureen Teeuwen een aantal scènes uit hun nieuwe voorstelling, een kleine twee weken voor de première; Nina Spijkers doet de eindregie. De sfeer is ontspannen en er wordt veel gelachen.
We bevinden ons aan het Franse hof maar dan niet in de zeventiende eeuw, de pruikentijd van Molière, maar in een 'barok-futuristische 'wereld, in het jaar 2371. Binnenkort viert iemand voor het eerst zijn tweehonderdste verjaardag; al meer dan 80 jaar is er geen overlijden meer gemeld; de onsterfelijkheid lijkt bereikt. Met als onvermijdelijk gevolg: veel levensmoede mensen en een overbevolkte planeet.
Argan, de hoofdpersoon (Maureen Teeuwen), is in deze bewerking zowel de koningin als de hofarts. Romijn: "Argan is bij Molière een zware hypochonder, hij misbruikt alles en iedereen en heeft uitsluitend aandacht voor zijn eigen kleine kwaaltjes. In onze bewerking hebben we dat gegeven omgedraaid: Argan is bij ons geen patiënt maar arts en bovendien de baas van het land; ze maakt de rest van de bevolking uit voor hypochonders."
Zelfs als de doden bij bosjes neervallen, ontkent Argan in alle toonaarden dat er iets aan de hand is. Het leidt tot een aantal hilarische scènes, gespeeld met tutu's, pruiken, maskers en fraaie barokke variaties op operatiejassen in een medisch-futuristisch nepjargon. Achter alle grappen en grollen schuilt wel degelijk een diepere gedachte, zegt Tijn:, "We willen het hebben over het toegenomen wantrouwen in de samenleving, naar aanleiding van de toeslagenaffaire, corona en noem maar op. Je volgt in ons stuk zeven personages die allemaal proberen de plotseling opgedoken, onbegrijpelijke ziekte te verklaren. De een noemt het een straf van God, de ander een complot van de overheid, een derde probeert een wetenschappelijke verklaring te vinden. Net als in het oorspronkelijke stuk ligt de angst voor de dood, de angst voor het onbekende ten grondslag aan alle paniek, misverstanden en wederzijds wantrouwen."
Speciaal voor de voorstelling is muziek gecomponeerd door Rogier Hornman. Bram: "Hij heeft gevarieerd op de barokmuziek van Charpentier, met vooral cello en klavecimbel. Maar dan breken er af en toe dissonante klanken en echo's door de klassieke harmonieën heen. Als muziek ziek zou worden, zo klinkt het."
In de voorstelling wordt ook gedanst, de tutu's hebben ze niet voor niks aan. Ook daar wordt met een vette knipoog gerefereerd aan de oorspronkelijke traditie van het 'comédie-ballet', waarvan Molière de geestelijk vader is, inclusief heus ballet tijdens de entr'actes. Daar, verzekeren ze mij enigszins gniffelend, moeten de makers nog even verder aan werken.
(Mediahuis, juni 2022)