Interview met Bodil de la Parra
'Wij werden echt als exotisch gezien'
Haar 'genenpakket' bestrijkt maar liefst drie werelddelen: haar vader, filmmaker Pim de la Parra, komt uit Suriname met een scheutje Schots bloed, zijn voorouders zijn Portugese joden; haar moeder Lies Oei is Chinees-Indonesisch. In haar imposante carrière als actrice en schrijfster gaat Bodil de la Parra steeds meer op zoek naar haar roots.
In de nieuwe voorstelling De Gliphoeve gaat het over de enerverende avonturen van een Surinaams gezin dat in 1975 in De Gliphoeve belandt, het tweede deel van een trilogie over Surinaamse Nederlanders. Bodil is als tekstschrijver betrokken bij de trilogie, naar een idee van Geert Lageveen, theatermaker bij Orkater. 'Hij heeft de grote lijnen bedacht en samen met dramaturg Maarten van Hinte een soort staketsel gemaakt. Ik vul dat in op persoonlijk vlak: ik geef de personages body en zet de scènes op scherp. Daarin worden de persoonlijke ervaringen van de acteurs/ zangers – Manoushka Zeegelaar Breeveld, Gery Mendes, Dionne Verwey en Daniel Kolf – verwerkt. Er zijn ook scènes met veel spoken word; het is een productie van Orkater en dus muziektheater.'
Tropische roots
Op een doordeweekse ochtend treffen we – Bodil, de fotograaf, Kimberley Piqué
van Bijlmer Parktheater en ik – elkaar bij Metrostation Ganzenhoef, een steenworp van de roemruchte flat Gliphoeve, die inmiddels gerenoveerd is en een nieuwe naam heeft gekregen, twee zelfs: Geldershoofd en Gravestein. Kimberley wijst ons enigszins de weg; zij woont in Zuidoost, het stadsdeel dat tot 2000 de Bijlmer heette en in de volksmond nog steeds vaak zo genoemd wordt. Het is koud maar zonnig en Bodil, met tropische roots maar hier opgegroeid dus een doorgewinterde Hollandse, heeft zich goed aangekleed: warme booties, een knalrood bomberjack en een muts die ze – aarzelend, 'misschien toch leuker of laten we de ijdelheid maar helemaal zitten?' – alleen voor de foto af en toe afdoet. We lopen nog geen 5 minuten of ik zie haar al verlangend kijken naar een toko met een veelbelovende menukaart: 'Die is goed, ik heb daar weleens een waanzinnig lekker broodje gehaald'. Maar het is nog vroeg en na enig talmen beslissen we om eerst nog even door te lopen.
Grote schok
Zelf is Bodil opgegroeid in Osdorp, maar ze is wel ontelbare malen in Suriname geweest. Ze kwam voor het eerst in Suriname op haar zesde: 'Mijn allereerste herinnering is die van een centrale verwarming die heel hoog aanstaat. Als je uit het vliegtuig stapt, is die warmte zo overweldigend, samen met de geur van de tropen.' Vlak voor de onafhankelijkheid was ze er ook: 'Ik kan me die opgewonden sfeer heel goed herinneren.'
De Gliphoeve speelt zich af meteen na het uitroepen van de Surinaamse onafhankelijkheid op 25 november 1975. Een van de vele Surinamers die besluit naar Nederland te gaan is Etta, met dochter Millie en zoon Glenn; vader Stanley blijft voorlopig in Suriname, onder meer om voor zijn oude moeder te zorgen. 'Ik kan me heel goed inleven in hoe het moet zijn geweest om vanuit Suriname ineens hier te belanden, in een koud kikkerland. Dan besluit je uiteindelijk de stap te wagen en dan kom je hier terecht, in een totaal ander klimaat en een totaal andere cultuur. Dat is zo'n grote schok, bijna niet te doen gewoon. Niemand zit op je te wachten, er is geen werk en er zijn amper woningen. Veel mensen zijn toen in piepkleine pensions beland waar ze veel te veel geld voor moesten betalen. Ze moesten hun geld inleveren.'
Culturele broedplaats
'Etta probeert haar kinderen van 14 en 15 een plek te geven in hun nieuwe vaderland. Zij is leerkracht, maar niemand zit op haar te wachten. Eerst moet ze zien te overleven in zo'n veel te klein en benauwd pension. Met haar kinderen komt ze uiteindelijk terecht in een van de leegstaande flats van Gliphoeve, in een kraakwoning, zoals zoveel Surinamers in het midden van de jaren zeventig. De middenklasse Nederlanders, voor wie Gliphoeve oorspronkelijk bedoeld was, wilden er niet wonen.'
De voorstelling volgt min of meer chronologisch de eerste vijf jaar van hun leven in Nederland, tot de kinderen volwassen zijn. 'In het begin was het in de Gliphoeve ook echt heel gezellig. Overal woonden Surinamers, de bewoners letten op elkaars kinderen, er werd lekker gekookt en veel gefeest. Het was een soort culturele broedplaats, avonden met toneel en spoken word en in elke garage of kelder muziek. Voor een goed feest met een toffe liveband ging je naar de Gliphoeve. Maar na verloop van tijd worden de problemen steeds groter: veel verslaafden, op straat overal heroïnespuiten en criminaliteit.'
Vooroordelen en discriminatie
'In de voorstelling zie je hoe hard het leven kan zijn voor de twee pubers die het in Suriname op zich prima deden maar hier ontzettend moeten vechten. Etta's dochter wordt een politiek activiste. Ze krijgen alle drie te maken met vooroordelen en discriminatie, een ontluisterend gevoel wat heel veel mensen gehad moeten hebben toen ze hier kwamen wonen. Terwijl ze zich gewoon Nederlanders voelen; toen ze klein waren, maakte Suriname nog deel uit van Nederland. Op school leerden ze dat de Rijn bij Lobith ons land in kwam stromen.'
Verontwaardigd: 'Omgekeerd wisten de meeste Nederlanders helemaal niks van Suriname en het interesseerde ze ook geen biet. Toen ik vroeger vertelde waar mijn vader vandaan kwam, vroegen ze: 'Spreek jij dan ook Papiamento?' Terwijl de officiële taal van Suriname het Sranantongo is; Papiamento wordt gesproken op de eilanden Aruba, Bonaire en Curaçao. Nog steeds weten mensen het verschil niet.'
Gentrificatie
Intussen zijn we al wandelend beland op de plek waar de Gliphoeve stond. Nu is de ooit langgerekte doos met honingraatvormige flats in twee verschillende blokken verdeeld rondom een grasveld. Gerenoveerd nadat het flink uit de hand was gelopen en nu al jaren een oase van rust. 'In feite zou je kunnen zeggen dat het supergezellig is', concludeert Bodil. Kimberley relativeert het rooskleurige plaatje enigszins door uit te leggen dat ook in Zuidoost een flink deel van de opgeknapte huizen terecht is gekomen in handen van (meer huur betalende dan wel koopkrachtige) nieuwe bewoners, waarbij de oude bewoners elders hun heil moesten zoeken. 'Gentrificatie is zeker ook hier aan de orde.' Toch noemt ze nu de samenstelling van de wijk nu een goede mix van Surinamers met andere bevolkingsgroepen: Antillianen, Ghanezen, Nederlanders en expats van overal.'
Osdorp
Bodil is in Osdorp ook opgegroeid in een flat. 'Wel anders dan de Bijlmer; het zijn niet van die enorme flats. Mijn Chinees-Indonesische grootouders woonden eerst in Slotermeer en mijn ouders waren bij hen ingetrokken. Toen konden ze een nieuwbouwflat krijgen in Osdorp, in een arbeidersbuurt. Ze woonden op tweehoog, wij kregen wat later op de vierde etage een eigen huis en oom André woonde op de zesde. Wij werden echt als 'exotisch' gezien in Osdorp. Ze vonden ons sowieso totaal raar: we aten nooit om zes uur, ze konden mijn grootouders niet verstaan, er stond altijd eten op tafel bij ons, alles was anders. De moeders van de andere kinderen zaten altijd thuis klaar met de thee, die van mij nooit. Wij hadden een heel ander leven, daar was ik me ook erg van bewust. Osdorp was toen ook heel ver weg van Amsterdam voor mijn gevoel, inmiddels zijn al die wijken ontsloten, dat vind ik wel een goede ontwikkeling.'
De witte pier
'Mijn Surinaamse familie is gewoon altijd daar blijven wonen, op één oom na die na de Decembermoorden in 1982 – in Suriname werden vijftien vooraanstaande tegenstanders van het Bouterse-regime vermoord – in Rotterdam is gaan wonen. Het heeft daarna heel lang geduurd voor de betrekkingen weer enigszins normaliseerden, in het begin was er zelfs nauwelijks telefonisch contact mogelijk. Ik ben toen ook bijna tien jaar niet in Suriname geweest, tot begin jaren negentig.'
'Ik voelde me in Suriname altijd precies hetzelfde als mijn familie, totdat iemand opeens tegen me zei: 'Wat ben jij wit!' Ik was een jaar of zeven en zag ineens dat ik een andere kleur heb, dat had ik me nooit eerder gerealiseerd. Ik herinner me dat heel goed, ik voelde me ineens zo buitengesloten. Mijn vader noemden ze ook altijd 'de witte pier', hij heeft Schotse voorouders van moederskant. Tegelijk is hij echt heel Surinaams.'
In haar boek Het verbrande huis schrijft ze: 'Ik moet denken aan het zwarte meisje dat me ooit aankeek alsof ik een stuk vuil was. Er waren meer mensen in Suriname die me ooit zo hadden aangekeken. Ik had het alleen niet willen zien. Ik voelde me een met iedereen in Suriname, ongeacht kleur of afkomst, juist omdat mijn familie zo gemengd is. Maar hoe je het ook wendt of keert, in Suriname word ik gezien als wit. 'Witte pier, zonder manier! Veeg je bil met korespier!'.
Identiteit
Ze is dus een schoolvoorbeeld van een 'pinda', ze wordt hier gezien als 'zwart' en daar als 'wit', en heeft inmiddels de rijkheid en diversiteit van haar genenpakket tot kracht gemaakt. Het zoeken naar een eigen identiteit, naar een houvast te midden van al die culturele achtergronden is een steeds belangrijker drijfveer geworden in haar werk. Haar ouders hebben elkaar ook ooit gevonden als begin twintigers in Amsterdam, zegt ze, vanwege een identiek gevoel van ontheemdheid en natuurlijk een heimwee naar warmte, naar de zon. 'Ik weet zeker dat dát was wat mijn ouders bond. Ze herkenden de tropen in elkaar, allebei hadden ze heimwee naar hun geboortegrond.'
Bijlmer Parktheater
Wandelen met Bodil is ook onderweg veel gezellige praatjes aanknopen. Je ziet haar genieten van de geuren en kleuren van de markt, van de diversiteit en de modegevoeligheid op straat. Als er vier jonge gasten paraderen in donzen dekbedden tot op de grond met eronder peperdure sneakers, kijkt ze hen lachend na: 'Echt een gang, te leuk, zo hip. Sowieso weten Surinamers zich vaak fantastisch te kleden. Heel inspirerend.'
We zijn inmiddels beland bij het Bijlmer Parktheater dat de afgelopen jaren onder leiding van Ernestine Comvalius furore maakte en waar De Gliphoeve in première zal gaan. Onder haar leiding richtte het theater zich steeds meer op talentontwikkeling en het produceren van eigen voorstellingen, zoals het succesvolle Woiski vs. Woiski in 2018. Aan de gevel hangt een enorm banier met daarop: 'Ernestine, bedankt'. Bodil vertelt dat ze dol is op spelen in het Bijlmer Parktheater, onder andere vanwege het publiek dat vaak vooral uit Surinamers bestaat: Woiski vs Woiski heeft hier maar liefst drie weken achter elkaar gestaan, met enorm succes. 'Het is ook even wennen, want op tijd komen en beginnen, stil zijn in het theater en dat soort regels, daar zijn Surinamers niet zo goed in. Middenin een intieme scène in de voorstelling neemt iemand gewoon de telefoon op en begint hardop een uitgebreid gesprek: 'Mi gado, komt die taxi nou nog niet'.' Bodil doet het voor met onvervalste Surinaamse tongval. 'Maar het levert wel een ongekende levendigheid op en nergens anders is het applaus zo overweldigend enthousiast.'
No spang
'Een deel van de acteurs en zangers kent elkaar uit Suriname, onder andere van de jeugdtheaterschool in Paramaribo die is opgericht door de 'grande dame' van het Surinaamse theater, Helen Kamperveen. Een flink aantal leerlingen heeft inmiddels carrière gemaakt, zoals Daniël Kolf, die de zoon speelt. Hij woont pas een paar jaar in Nederland dus hij is het beste op de hoogte van wat nu in Suriname cool en hip is, dat is ook handig om de teksten te checken. Hij is enorm populair, onder andere vanwege zijn rol in de films De Libi en Mocro Maffia.
Tussendoor zoeken we naar een goede toko want inmiddels is het toch echt wel lunchtijd. Bodil stapt op een drietal Surinaamse mannen af die ons de Amsterdamse Poort in sturen. 'Achteraan rechts moeten we wezen; volgens hun zit daar de beste toko'. Uiteindelijk belanden we toch nog ergens anders, na aanwijzingen van Sergio IJssel, een collega-acteur van haar die we tegenkomen. Ze wisselen even snel nieuwtjes uit. Allebei zijn ze bezig met een aantal voorstellingen waarvan maar de vraag is wanneer of hoe ze te zien zullen zijn. 'No spang' is de conclusie, Surinaams voor 'maak je niet te druk'.
Vader in Suriname
Sergio stuurt ons naar zijn favoriete toko waar we uiteindelijk een broodje kopen. Haar favoriet is een broodje bakkeljauw of kerrie-ei, maar ze kiest nu pom en ja, het mag heet zijn.
Ze vertelt over haar vader, inmiddels 81, over wie ze zich zorgen maakt. 'Ik zou eigenlijk op 16 maart 2020 afreizen naar Suriname voor een hele gave gastrol in een hele gave serie. Ik zou dan een week langer blijven om mijn vader op te zoeken maar dat ging dus niet door vanwege de lockdown. Toen hoopte ik in de zomer te kunnen gaan maar dat is ook niet gelukt. De laatste keer dat ik hem gezien heb was in juli 2019 en dat is lang geleden. Het gaat goed met hem maar hij hoort natuurlijk wel tot de kwetsbare groep. Ik hoop dat hij zo snel mogelijk gevaccineerd kan worden want je hebt daar het Braziliaanse virus. Hij zegt: 'Ik leef als een kluizenaar, ik doe helemaal geen gekke dingen.' Hopelijk lukt het hem deze zomer of in elk geval het najaar te bezoeken.'
Moksi Meti
Haar werk voert als een ontdekkingsreis door haar leven. Voor het komende jaar ligt de focus weer op de Chinees-Indonesische tak van haar familie, waarover ze bij haar vaste producent Via Rudolphi de voorstelling Dagen van rijst schrijft. Ze hoopt er eind volgend jaar mee op het podium te staan. Het vertellen van verhalen over haar voorouders is een innerlijke noodzaak, zegt ze. 'Het voelt voor mij heel dichtbij omdat ik al die culturen van binnenuit ken. Alleen al mijn Surinaamse familie: die stamt af van Joods-Portugezen, maar we hebben ook Creools en inheems bloed, het is één grote mengelmoes, Moksi Meti. Dat maakt al die culturen voor mij even rijk als vanzelfsprekend.' (Uitkrant, april 2021)
[kader] Bodil de la Parra
Bodil de la Parra (1963) is actrice en toneelschrijfster. Ze speelt in verschillende films en tv-series, zoals Toren C, Klem en Baantjer. In 1995 schreef ze met Caroline Mout haar eerste eigen toneelstuk, Orgeade Overzee. Met Wimie Wilhelm en Margôt Ros maakte ze ook Onder Vrouwen (2003), Slangenvel (2005) en We want more (2016).
Over haar Indische jeugdherinneringen schreef ze Ouwe Pinda's (2014) en Gouwe Pinda's (2017).
In 2020 verscheen haar debuutroman Het verbrande huis: een Surinaamse familiegeschiedenis, gebaseerd op de gelijknamige voorstelling. Hierin gaat ze op zoek naar de geschiedenis van de familie van haar vader, filmmaker Pim de la Parra.
Bodil leeft samen met acteur/theatermaker Geert Lageveen. Ze woont in Amsterdam en heeft twee kinderen.
[kader]Podcast
Met haar zoon Jim Lageveen – oftewel rapper Gotu Jim – maakte Bodil een vijfdelige minipodcast, over afkomst, kunst, racisme en Suriname, gemaakt aan de keukentafel: Zo moeder zo zoon.
[kader] Suriname onafhankelijk
Suriname werd vanaf 1650 gekoloniseerd, eerst door de Engelsen en vervolgens door de Nederlanders. Grappig weetje: in 1674 werd het stuk grond dat nu New York is met de Engelsen geruild tegen Suriname.
Aanvankelijk was de stad Amsterdam voor 33 procent aandeelhouder en van 1791 tot 1795 was Suriname zelfs exclusief eigendom van de stad Amsterdam.
In november 1975 wordt de onafhankelijkheid uitgeroepen. Tussen 1970 en 1980 verhuizen zo'n 140.000 mensen van Suriname naar Nederland, bijna de helft van de bevolking.
[kader] Trilogie van Orkater en Bijlmer Parktheater
De Gliphoeve is het tweede deel van een trilogie over Surinaamse Nederlanders, een coproductie van Orkater en het Bijlmer Parktheater. De muziektheatervoorstelling gaat over de belevenissen van een Surinaams gezin dat in 1975 in de Gliphoeve belandt.
Het eerste deel Woiski vs. Woiski ging over de moeizame verhoudingen tussen Max Woiski senior, die als een van de eerste naar Amsterdam kwam, zijn geliefde Alma Braaf en zijn zoon Max Woiski junior in de periode van 1930 tot 1970. Woiski had een eigen club La Cubana in de Leidsestraat, waar hij Cubaanse en Surinaamse muziek speelde. Zijn grootste hit was B.B. met R. (Bruine bonen met rijst). Woiski vs. Woiski is een lekker swingende voorstelling vol 'exotische' muziek, maar ook een tragisch verhaal over identiteit, immigratie en ontworteling.
Het derde deel van de trilogie staat gepland voor over een paar jaar en gaat over de periode vanaf 2000.
[kader] Info
De Gliphoeve
Te zien Bijlmer Parktheater: van 26 februari t/m 21 maart
(Uitkrant, april 2021)