Theater/ Margriet Prinssen / Het Nationale Theater / Wachten op Godot / Tekst: Samuel Beckett / Regie: Erik Whien / Spel: Jaap Spijkers, Mark Rietman, Joris Smit, Bram Coopmans / Meer info: hnt.nl
Interview met Erik Whien
'Het leven heeft geen zin / Lang leve het leven!'
Vijftien jaar na zijn eerste enscenering maakt Erik Whien opnieuw een Wachten op Godot. Hij heeft een grote liefde voor Becketts minimalistische en muzikale taal opgevat. "Als geen ander weet Beckett een donkere visie op het leven te vermengen met een bijzondere humor en lichtheid en een zen-achtige kijk op de mensheid."
Hij mag zo langzamerhand wel een Beckett-specialist heten: behalve Wachten op Godot maakte hij de afgelopen jaren ook met veel succes ensceneringen van een aantal andere van zijn klassiekers: Eindspel, Krapps laatste band en Happy Days. Wat fascineert hem zo in Becketts werk? Whien: "Ik voel me heel erg vertrouwd met het wereldbeeld dat hij schetst. Beckett heeft een donkere visie op het leven, in zijn werk is de dood altijd voelbaar als de grote gelijkmaker waar we uiteindelijk allemaal op afstevenen. Hij verpakt dat op zich treurige gegeven echter in zulke geestige dialogen; het voelt als een gouden combinatie. Hij maakt de zwaarte van het leven als het ware behapbaar, onder het motto: 'Het leven heeft geen zin / Lang leve het leven!' Het is in wezen een boeddhistische kijk op het leven: als je de zinloosheid omarmt, kan je verder."
Wachten op Godot is ogenschijnlijk een eenvoudig verhaal, zonder veel handeling. Twee mannen, Vladimir en Estragon, staan op een landweg bij een boom. Ze wachten op een zekere Godot en doden de tijd. Ene Pozzo komt langs, kennelijk een rijk man die knecht Lucky aan een touw meezeult. Als die twee na een wonderlijk gesprek weer vertrekken, valt er niets anders te doen dan verder te wachten. Later komt er nog een boodschappenjongen langs om te melden dat Godot niet komt, maar morgen zeker. Het stuk bestaat uit twee bedrijven en beslaat twee dagen. Op dag twee gebeurt ogenschijnlijk nagenoeg hetzelfde.
Een van de grote mystificaties rond Wachten op Godot is: wie is toch die Godot? Er zijn boeken vol geschreven over de vraag op wie de twee hoofdrolspelers toch aan het wachten zijn: het zou misschien wel God zijn of talloze andere geestige en serieus bedoelde opties. Voor Whien is het antwoord eenvoudig: "Er wordt heel mystiek over gedaan maar volgens mij is het eigenlijk simpel: Vladimir en Estragon wachten op iemand die hen onderdak gaat geven. Dat gebeurde veelvuldig in de oorlog: op een obscure plek werd je dan opgehaald door iemand die je aan een schuilplek hielp. Beckett is zelf gevlucht, hij heeft maanden op straat gezworven in de oorlogsjaren, hij weet heel goed hoe het is om ontheemd te zijn. Het is het eerste stuk dat hij na de oorlog schreef, hij heeft bombardementen meegemaakt, de dood was alom aanwezig."
In de enscenering die Whien in 2009 bij Theater Oostpool maakte, speelden dertigers de hoofdrol: de zwaarmoedige Estragon, die steeds weer op zoek gaat naar een touw om zich op te knopen, werd gespeeld door Sanne den Hartogh en die van de eeuwige optimist Vladimir door Stefan Stokebrand; nu worden ze respectievelijk door zestigers Jaap Spijkers en Mark Rietman vertolkt. Dat geeft een wezenlijk ander perspectief, vindt Whien: "Mijn vorige versie brandde van de vitaliteit en ambitie. Ik was dertig, net als de acteurs, wisten wij veel. We hadden nog niet zo heel veel meegemaakt in onze levens. Mark en Jaap zijn nu, zoals dat zo mooi heet, in de herfst van hun carrière, dat geeft een heel ander levensgevoel, enerzijds misschien rustiger en meer bedaard maar anderzijds ook dichterbij het afscheid nemen van dingen. Zelf ben ik natuurlijk ook vijftien jaar ouder, ik zit er zo'n beetje tussenin en dat geeft een wezenlijk andere blik op het stuk. Ik heb intussen een aantal andere Beckett-titels gedaan, maar ook voorstellingen zoals Slachthuis vijf en Verdriet is het ding met veren, verhalen over oorlog, vernietiging en rouw, hebben me gevormd. Ik heb meer ervaring, durf meer als maker, ik durf stiltes te laten vallen. Ik ben wat radicaler geworden, ik hoef niet meer zo te 'pleasen'."
In het verleden is veel gespeculeerd over de relatie die Estragon en Vladimir zouden hebben. Soms worden ze neergezet als een ouder echtpaar of een homostel. Voor Whien is in elk geval duidelijk dat de twee eenzelfde dynamiek hebben als bij een langdurige liefdesrelatie: "Ze draaien zo'n beetje om elkaar heen als een stel dat al vijftig jaar getrouwd is, zoals Martha en George is Wie is er bang voor Virginia Woolf? Als de een suggereert om uit elkaar te gaan, zegt de ander dat het toch 'niet meer de moeite waard is' als je al zo lang bij elkaar bent. Dat om elkaar heen draaien is heel geestig, het is en blijft ook een komedie."
Met de komst van het andere duo, Pozzo en Lucky, wordt eigenlijk een nieuw verhaal verteld: "Ze worden gespeeld door Bram Coopmans en Joris Smit, die weer een stuk jonger zijn en een andere energie meebrengen. Zij zitten als het ware op de snelweg, Vladimir en Estragon op een ventweggetje." In wezen, meent Whien, gaat het stuk ook over acteren. "Als je de tekst vanuit dat perspectief leest, levert het weer een hele nieuwe laag op. Het gaat ook over twee oudere acteurs die voor de zoveelste keer op dat toneel staan."
[in kader]
Wachten op Godot wordt gezien als 'het beste toneelstuk aller tijden'. Sinds de première 70 jaar geleden wordt het stuk nog overal ter wereld opgevoerd. De Ierse schrijver Samuel Beckett (1906-1989) schreef Wachten op Godot oorspronkelijk in het Frans: En attendant Godot. De voorstelling ging op 5 januari 1953 in première in Parijs. Het was in eerste instantie geen succes, maar na verloop van tijd werd het een succès de scandale, een stuk dat je gezien moest hebben en werd het Becketts grote doorbraak. In 2009 werd Wachten op Godot in Nederland verkozen tot 'beste toneelstuk aller tijden' en ook in het Verenigd Koninkrijk werd de voorstelling uitgeroepen tot 'best modern play'.
(Mediahuis, februari 2024)