Theatergroep Aluin en Raymi Sambo Maakt / Ik zeg toch sorry
Interview Raymi Sambo
'Een spiegel van de samenleving'
Het gaat goed met theatermaker Raymi Sambo: zijn meest recente voorstellingen zijn met lof en sterren overladen. Ik zeg toch sorry is tot een van de meest indrukwekkende voorstellingen van het seizoen gekozen en in september te zien op het Nederlands Theater Festival. Maar eerst nog even in de Schuur!
De voorstelling Ik zeg toch sorry, gemaakt samen met Theatergroep Aluin, is vorig jaar op Oerol in première gegaan en wegens succes ook het komend seizoen nog in veel theaters te zien. "Het is ongelooflijk, zoveel belangstelling als er is.", glundert Sambo op het terras in de haven van IJburg waar hij vlakbij woont. Inmiddels timmert hij al zo'n 25 jaar aan de weg, waarvan vooral de eerste vijf jaar achteraf gezien behoorlijk zwaar waren: "Er was toen nog veel weerstand tegen de thematiek van waaruit ik theater maak en de bril waarmee ik kijk. Mijn voorstellingen gaan over de problemen die zwarte mensen vaak ervaren in een witte wereld, over institutioneel racisme, over actuele verhalen voor iedereen die niet gelooft in hokjes."
Pas de laatste jaren is de belangstelling groeiende, niet alleen theoretisch maar vooral ook praktisch: van de Schuur tot aan het DeLaMar-theater in Amsterdam, inmiddels besteedt elk zichzelf respecterend theater bijvoorbeeld aandacht aan Keti Koti. "Samen met andere groepen, zoals Made in da Shade, DNA en Cosmic hebben we hard gewerkt om te komen waar we nu zijn."
De voorstelling is extra actueel nu deze week, op 1 juli, het 150 jaar geleden is dat de afschaffing slavernij wordt gevierd. "Ik kijk heel erg uit naar de speech van onze koning. In de voorstelling heeft Erik Snel er woorden aan gegeven, ben benieuwd wat het officiële verhaal wordt."
In Ik zeg toch sorry komt een aantal acteurs bij elkaar om de viering van de afschaffing van de slavernij in 1863 na te spelen. Langzaam en pijnlijk wordt duidelijk wat het zich inleven in deze historische personages doet met de acteurs zelf, hoe deze geschiedenis vandaag de dag nog steeds een rol speelt en in hoeverre dat van invloed is op hun onderlinge verhoudingen. De cast bestaat uit drie witte en drie zwarte acteurs. Ze spelen belangrijke figuren uit de periode rond de afschaffing; politici, (Sambo speelt zelf de rol van Koning Willem 111) plantagehouders, tot slaaf gemaakten, een vrijgemaakte vrouw (een Theo d'Or-nominatie voor Urmie Plein). Gedurende het stuk wisselen ze tussen hun historische personages en hun rol als (min of meer) zichzelf.
"Waar we in het verleden nog wel eens zwart en wit tegen elkaar afzetten – als een natuurlijke reactie op het eeuwenlange racisme –, zijn de personages inmiddels veel genuanceerder. Elk van de personages heeft goede en slechte kanten, ieder op haar of zijn eigen manier. Wat ik zelf heel mooi vind: dit stuk laat zien hoe mensen elkaar wel horen maar niet echt naar elkaar luisteren. Het is als het ware een spiegel van de samenleving. Ik denk dat de voorstelling, juist voor mensen die soms moeite hebben met het debat, inzichtelijk maakt waarom het zo belangrijk is om naar elkaar te luisteren."
(Haarlems Dagblad, 8-6-2023)