Cristina Vidal werkt al 41 jaar als souffleur bij het Nationale Theater in Lissabon. Nu staat ze op de voorgrond in Sopro, een hommage aan een uitstervend beroep én een ode aan de mensen die achter de schermen in het theater werken.

Tiago Rodrigues (42) maakte de voorstelling twee jaar geleden voor het Festival van Avignon. Hij begon ooit als twintigjarige student bij tg. Stan en kent het Nederlandse en Vlaamse theaterlandschap goed. Sinds 2015 is hij artistiek leider van het Nationale Theater in Lissabon.

In december is Rodrigues even in Nederland voor een internationale theaterconferentie. Hij toont zich een begeesterd bruggenbouwer en een gepassioneerd pleitbezorger van nieuw, dynamisch theater. Met hartstocht vertelt hij over het thema van Brandhaarden: de ontwikkeling van het theater in het zuiden van Europa, een regio die onder druk staat door politieke onrust, economische problemen en de vluchtelingenstromen. Levert dat een goede humuslaag op voor interessante kunst of juist niet? Is er een wisselwerking met de noordelijke landen en zo ja, welke?

"Er is een ongelooflijk sterke invloed", vertelt hij. "Zonder het Vlaamse theater, zoals dat van tg STAN, de Koe en het Nederlandse Discordia, zou het theater in Portugal niet zijn wat het nu is. Daarom is het zo'n schandaal dat de Vlaamse regering op het punt staat de projectsubsidies terug te draaien, terwijl die juist de belangrijke ontwikkelingen mogelijk hebben gemaakt, zonder welke de Europese cultuur heel wat armer zou zijn. Veel kunstenaars werken op basis van projectsubsidie. Dat levert een dynamiek op die leidt tot enorm rijke en veelzijdige podiumkunsten. Denk aan iemand als Ivo van Hove die nu op Broadway en in Londen grote successen boekt met internationaal bejubelde voorstellingen. Dat hij zover heeft kunnen komen, is alleen mogelijk dankzij het feit dat hij jarenlang heeft kunnen experimenteren."

Nieuw publiek

Hij begon er in 2015 met een klein ensemble en door elk jaar jonge getalenteerde acteurs aan te trekken, verandert het gezelschap razendsnel. In Lissabon trof hij bij zijn komst een vergrijzend en uitdunnend publiek aan in een tamelijk traditionele, stoffige schouwburg. Inmiddels is hij erin geslaagd met een meer moderne programmering en marketing het aantal toeschouwers per jaar te verdubbelen en te verjongen. Voor slechtzienden en -horenden zijn er audio- en videodescripties en het gebouw is volledig rolstoeltoegankelijk. Inclusiviteit staat hoog in het vaandel, zowel voor als achter de schermen.

'Ik ben telkens opnieuw weer kwaad op Sophocles als hij Antigone laat sterven.'

Geen canon

Rodrigues behoort tot de eerste generatie die is geboren in een democratie – zijn (groot) ouders leefden onder het fascisme – en is zich daar zeer van bewust. Hij voelt het als een verantwoordelijkheid, zeker als leider van het Nationale Theater, om het voortouw te nemen op het gebied van educatie en participatie, van publieksopbouw, van een verrijking van repertoire en programmering. Hij zorgt voor afwisseling van kleine, radicale voorstellingen met meer klassiek werk.

"Portugal heeft geen rijke traditie op het gebied van de podiumkunsten. Er is weinig geld beschikbaar, als je het vergelijkt met andere Europese landen. Portugal heeft van oudsher sterk op Frankrijk geleund, vooral in de twintigste eeuw tijdens het fascisme. Met buurland Spanje bestaat een zekere rivaliteit, dat voelt bijna als de relatie met een broer, dichtbij maar ook complex – als je elkaar goed kent, zie je de verschillen beter. Met Italië is een sterke dialoog op gang aan het komen; Griekenland heeft natuurlijk een enorme traditie, daar kan Portugal zich geenszins aan meten."

Verborgen schatten

Hij kwam op het idee voor Sopro toen hij voor het eerst in het theater in Lissabon was en Cristina Vidal aan het werk zag: "Ze maakte meteen indruk door haar vanzelfsprekende aanwezigheid. Ik kon mijn ogen niet van haar afhouden. Ze was niet alleen als souffleur aanwezig op de repetitie, maar als een soort assistent-regisseur, heel subtiel gaf ze aanwijzingen: jij een stukje naar achteren, die strofe wat meer nadruk geven. Ze wist alles en kende iedereen." Zij vertegenwoordigt voor hem het hele leger aan professionele krachten achter de schermen, de mensen die nooit zichtbaar zijn maar zonder wie geen voorstelling gemaakt kan worden. Hij vroeg Cristina om een keer met hem te werken, wat ze een belachelijk idee vond. Maar vijf jaar later, toen het Festival van Avignon hem uitnodigde een nieuwe creatie te maken, wist hij haar te overtuigen en hij maakte van haar de hoofdpersoon van zijn nieuwe voorstelling: "De souffleur is iemand die de acteur redt als hij zijn tekst kwijt is, maar ook zoveel meer. Overal heb je mensen die dienen, maar niet ondergeschikt zijn. Ze kijken niet voortdurend naar zichzelf in de spiegel, ze kijken naar anderen. Op een bepaalde manier zal ik nooit zoveel kennis verwerven als Christine: over theater, over dramaturgie, over het leven van acteurs. Mensen als zij zijn uniek, met verborgen schatten."

In Sopro verweeft hij teksten van toneelklassiekers met anekdotes van achter de schermen, waar van alles gebeurt dat we als toeschouwer niet zien, waar de 'echte' levens zich afspelen. De meeste anekdotes zijn afkomstig van Christina, verhalen die ze in de loop van jaren vertelde en die door hem zijn verzameld en opgeschreven. Inmiddels heeft Christina al 120 keer op het toneel gestaan met Sopro, onder meer in Kroatië, België, Brazilië en Italië, en elke keer, vertelt Rodrigues, is de voorstelling anders.

Ik ben telkens opnieuw weer kwaad op Sophocles als hij Antigone laat sterven

Theater als noodzaak

'Sopro' betekent 'adem'; het echte leven achter de theaterschermen blaast het leven voor de schermen als het ware adem in. Voor hem is theater een noodzaak: "We moeten elke keer weer die tragische verhalen doormaken. Ik ben telkens opnieuw weer kwaad op Sophocles als hij Antigone laat sterven. Ik ga ook een beetje dood; tegelijk helpt de ervaring in het theater me om het leven beter aan te kunnen. Hij noemt zich een radicale optimist, een variant op het bekende adagium 'Optimism is a moral duty'. "Veel van mijn stukken eindigen tragisch, het leven is geen blijspel. Het gaat er uiteindelijk om dat je geraakt wordt. Ik houd van het woord 'moved' in het Engels omdat het zo mooi ambigu is. Ik wil dat mijn publiek geraakt wordt, 'I want them to be moved'; zowel letterlijk dat ze als het ware in beweging komen, al is het maar een klein beetje, als dat ze in hun hart geraakt worden." (Mediahuis, jan 2020)