Toneelschuur Producties/ Apocalyps

Interview met Nita Kersten

'We moeten doorgaan!'

De titel doet misschien anders vermoeden, maar in wezen gaat Apocalyps over hoop, zegt theatermaker Nita Kersten. 'Hoe we juist troost en hoop kunnen vinden door het doemscenario in de ogen te kijken.'

Voor haar debuutvoorstelling bij Toneelschuur Producties heeft ze zelf het scenario geschreven. Kersten is in 2010 afgestudeerd aan de Amsterdamse theateracademie en heeft de afgelopen jaren vooral muziektheatervoorstellingen gemaakt met het collectief Sir Duke bij Orkater/ De Nieuwkomers. Bij Toneelschuur Producties staat haar ontwikkeling als zelfstandig regisseur centraal en gaat ze zich vooral richten op teksttheater. 'Maar ja, het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Kennelijk vindt de muziek toch zijn weg', zegt ze lachend.

Ze schreef de tekst samen met Freek Vielen. Het verhaal gaat over twee zussen die zich in hun ouderlijk huis terugtrekken, terwijl buiten de wereld steeds meer in verval raakt. In de afgelegen woning zijn ze overgeleverd aan elkaar, een voorraadkast met eten en het wachten op betere tijden. 'Wie of wat ben je nog zonder buitenwereld en zonder idee van wat komen gaat? En hoe kun je jezelf dan weer hervinden? Dat is de achterliggende gedachte. De twee reageren heel verschillend. De oudste zus (Diewertje Dir) is dansers, woont in de stad en leidt een gepassioneerd bestaan. Voor haar is de overgang naar het stille huis in het bos het grootst. De jongere zus ('Ntianu Stuger) is nog maar net het huis uit. Ze zou antropologie gaan studeren toen de pleuris uitbrak. Zij kan zich makkelijker overgeven aan de nieuwe realiteit.'

Het wordt een sferische mozaïekvoorstelling waarin muziek een grote rol speelt. 'Er zijn zelfs twee componisten die een bijdrage leveren: Singer- songwriter Shishani Vranckx heeft de muziek gecomponeerd en die is vervolgens op de vloer mede geproduceerd door theater componist Mauro Casarini. Het doet denken aan storytelling. Ik probeer tekst en muziek naadloos in elkaar te laten overgaan. Een klankwereld waarin spoken word een belangrijke rol speelt. Het wordt een gestileerde voorstelling waarin je als toeschouwer ook duidelijk ziet dat het hier gaat om twee actrices die zich een geconstrueerde wereld voorstellen.'

Het thema komt voort uit de zorg over hoe het gaat met de wereld, nu we van de ene crisis in de andere lijken te belanden: de pandemie, de klimaatcrisis en nu ook nog een oorlog op Europees grondgebied: 'Zelf heb ik een zoon van veertien en je merkt hoe groot de impact is op jonge mensen. Wat tot voor kort vanzelfsprekend leek, blijkt opeens extreem kwetsbaar. In de voorstelling stel ik, aan de hand van het persoonlijke verhaal van de twee jonge vrouwen, de vraag wat de houdbaarheid is van onze manier van leven. Thema's als afscheid, verlies en loslaten worden voelbaar, dwars door de dagelijkse, persoonlijke verhalen van de zussen heen.'

De voorstelling roept indirect ook op om niet bij de pakken neer te zitten: 'De dreiging van buitenaf roept bij veel mensen gevoelens van verlamming op, terwijl het belangrijk is om te beseffen dat je altijd in actie kunt komen. Je kunt er altijd naar streven om het beter te doen. Ik ben vaak diep onder de indruk van mensen die heel heftige dingen hebben meegemaakt, hoe zij er toch weer in slagen om richting te vinden in hun leven, om hoop te houden dat het beter wordt. We moeten doorgaan!'

(Haarlems Dagblad, september 20220