“Doe iets ongelooflijks met je leven, maak er wat moois van!” Dat is waar de voorstelling C(h)œurs volgens theatermaker Alain Platel uiteindelijk over gaat. En als iets hem typeert, is dat het wel: iets moois maken van bijna niks. Platel is een van die theatermakers die de adem van de tijd op eigen wijze weet te vangen in een fascinerend mengelmoes van dans, (pop-)muziek en volkstoneel.

Op 1 juni opent het Holland Festival (HF) met zijn nieuwe voorstelling C(h)œurs, die medio maart in het Teatro Real in Madrid in première is gegaan. Hij is blij en opgelucht over de ontvangst: "Het was vooral de laatste weken heel hard werken: het samengaan van mijn dansers met het koor was een spannend proces. De dansers hebben de koorleden echt verleid om uit hun schulp te kruipen."

In het hart raken

De titel klinkt wat ingewikkelder dan het is want 'choeur' betekent koor en 'coeur' hart:

de voorstelling gaat over de manier waarop de beroemde operakoren van Verdi en Wagner mensen in het hart kunnen raken. Het begon met Gerard Mortier, artistiek leider van het Teatro Real Mortier, die hem vroeg een voorstelling te maken, waarin de muziek van Verdi een rol zou spelen en dan vooral de operakoren.

In eerste instantie, vertelt Platel, voelde hij daar niet zoveel voor. "Ik moet bekennen dat ik Verdi min of meer associeerde met het clichébeeld van opera: galmende zang, hoge sopranen. Maar natuurlijk als Mortier je zo'n vraag stelt, denk je daarover na. Als vanzelf kwam ik ook bij Wagner terecht; twee totaal verschillende grootheden maar beide zo bepalend voor de ontwikkeling van de klassieke muziek. En vooral de koorzang, dat is zo groots, zo veelomvattend. Voor mij was het een soort muzikale tsunami, ik heb me er helemaal in ondergedompeld. Mijn aanvankelijke lichte weerzin is omgeslagen naar het tegenovergestelde: een diepe appreciatie."

Massa en macht

Een tweede uitgangspunt was het boek De welwillenden van Jonathan Littell, waarin de Tweede Wereldoorlog wordt beschreven, gezien vanuit de ogen van een SS-officier. Platel vertelt dat hij na het lezen een week "heeft moeten bekomen", zo aangrijpend en naargeestig is het verhaal. De welwillenden sluit nauw aan bij waar hij het in deze voorstelling over wilde hebben: de tegenstelling tussen massa en individu.

Met het koor en orkest van het Teatro Real en met zijn eigen dansers, het gezelschap C de la B, begon hij te werken aan C(h)œurs, een voorstelling over de schoonheid en de aantrekkingskracht van de massa, maar ook over de gevaren daarvan. In het begin van het repetitieproces vormde het koor als vanzelf de massa en zijn dansers bewogen daar doorheen, als onafhankelijke personages met soms grillige bewegingen. Gaandeweg treden in de voorstelling steeds meer koorleden als individu naar voren, bijvoorbeeld in een aangrijpende scène waar ze een voor een hun naam zeggen. "Dat werkt heel sterk maar het was een heel proces om hen zover te krijgen. Je kunt je niet voorstellen hoe moeilijk het voor hen is om uit de veiligheid van de massa te treden. Ze vonden het in het begin verschrikkelijk eng. Nu doen ze het met trots en fierheid."

Een derde inspiratiebron vormen de hedendaagse protestbewegingen: van occupy tot de Arabische lente. Gaat de voorstelling over het nu? "Je kunt er de actualiteit in zien, maar ik heb absoluut geen pamflettistische voorstelling willen maken", zegt Platel. "Al maak ik me wel degelijk grote zorgen over het toenemend nationalisme." Aan het eind van de voorstelling worden teksten geciteerd van Marguerite Duras die zijn ambivalente gevoelens vertolken. Optimistisch is de voorstelling misschien niet, maar het levensgevoel van Platel wél: "Al gaat de wereld wellicht ten onder, des te meer reden er nu iets heel moois van te maken." (Uitkrant, mei 2012)