Ze is zo Brits als maar kan: zeer aimabel, welbespraakt, ‘tongue in cheek’, geestig. Ze studeerde in Oxford, voor ze in haar jonge jaren naar Oost-Europa reisde, waar ze haar brede belangstelling en ‘open mind’ heeft opgedaan. Mitchell combineert donkere, heftige thema’s met een onorthodoxe regiestijl en humor. Te Europees voor de Britten die haar werk niet altijd waarderen (‘princess of darkness’). In Europa is zij een gevierd theatermaker. Wie is Katie Mitchell?

"Ik ben gespecialiseerd in wanhoop, met een goed gevoel voor humor", zegt ze over zichzelf. Haar thema's zijn niet bepaald licht te noemen (liefde, dood, rouw, het milieu), maar haar voorstellingen zijn sprankelend en vol leven. Van de cantates van Bach maakt ze een opera over een in rouw gedompelde familie; ze brengt eerbiedwaardige auteurs als Euripides terug tot wat voor haar de kern is van hun werk; ze mengt theater met andere disciplines. De grenzen oprekken, is een van haar credo's.

Doordrenkt

"Ik ben opgegroeid in de jaren zeventig, waarin nog waarden bestonden. (daar is de tongue in cheek weer) Ik geloof in de kracht van cultuur, ik geloof in de kracht van dans, theater, film. Van mijn ouders mocht ik niet naar Starsky and Hutch kijken of andere 'Amerikaanse pulp', zoals mijn vader smalend zei. Ik ben doordrenkt met de Europese cinema, met films van Fellini en Antonioni, van Ingmar Bergman en alle andere grootheden. Dat heeft mij voorgoed verpest", zegt ze lachend. "In 1989 zat ik, drie weken voor de Berlijnse muur viel, in de trein naar Warschau. Dankzij een beurs heb ik overal in Oost-Europa kunnen studeren. Ik ontmoette er Havel, Peter Brook, Pina Bausch, de groten der aarde. Vooral het werk van Pina Bausch heeft me geraakt. Ik heb gehuild toen ik voor het eerst haar werk zag: tranen van opluchting. Een wereld die voor me ontsloten werd en waarin ik zoveel herkende."

Daarnaast is de kennismaking met het werk van Stanislavski is voor haar van doorslaggevende betekenis geweest. "Hij is de grootste van alle regisseurs, intellectueel ongelooflijk inspirerend. Mijn werk begint in zekere zin altijd bij Stanislavski."

Niet meer bang

Inmiddels is Katie Mitchell (1964) vijftig en, zegt ze, dat scheelt een hoop: "Ik hoef niet meer beleefd te zijn, ik ben niet meer bang om mijn neus te stoten." Ze heeft veel nagedacht over de vraag waarom haar voorstellingen in het Verenigd koninkrijk zoveel controverse oproepen. "Ik heb me van alles afgevraagd, allereerst: ben ik niet goed genoeg? Heb ik me misdragen? Ben ik te Europees (geworden) en zo ja, wat houdt dat in? Speelt het feit dat ik een vrouw ben een rol?" Ze zucht even en antwoordt zelf: "Geen idee. Het zegt misschien meer over het Britse publiek en de Britse pers dan over mij."

Details

Ze noemt desgevraagd een aantal constanten in haar werk: "Ik ben geïnteresseerd in het kleine, veelzeggende detail. Stel je voor: een echtpaar waarvan de vrouw aan de man vraagt waar hij geweest is. Heel even kijkt hij weg; een 'blink of the eye' waardoor zijn schuld wordt verraden. Niet meer dan een fractie van een seconde, maar zij weet dat hij liegt. Die minieme details vangen en laten zien, is wat ik probeer te doen. Bij Waves heb ik voor het eerst gewerkt met live camera. Dat geeft zo'n enorme extra dimensie aan theater. Je kunt op verschillende lagen tegelijk inspelen en dat maakt theater heel spannend. Verder is het feit dat ik een vrouw ben van belang. Ik kies andere perspectieven, kijk op een andere manier dan (de meeste) mannen. En ik ben altijd op zoek naar de grenzen van een bepaald genre. Ik probeer mechanismen van de ene discipline te gebruiken in de andere. Hoe werkt fast forward of rewind, gebruikelijke technieken in de film, op toneel?"

Met nadruk zegt ze: "Ik doe het niet alleen; ik werk intensief samen met een team van begenadigde kunstenaars, voor camera, geluid, belichting en vormgeving. In The Forbidden Zone gebruikt ze maar liefst vijf camera's, waarmee in totaal 800 verschillende standpunten kunnen worden getoond.

Overzichtstentoonstelling

Ze was de eerste Britse regisseur die geselecteerd werd voor het prestigieuze Duitse Theatertreffen en wordt gevraagd door alle grote theaterhuizen en festivals, waaronder het Festival d'Aix-en-Provence. Eerder was haar werk te zien bij De Nationale Opera (Orest en Written on skin) en in Den Haag (Waves). De afgelopen jaren heeft ze overal in Europa gewerkt: voor dit festival, een 'overzichtstentoonstelling' zoals directeur van de Stadsschouwburg, Melle Daamen, het noemt was er ruime keuze mogelijk van voorstellingen die op dit moment ergens in Europa gespeeld worden. Samen met programmeur René van der Pluijm heeft ze er een aantal geselecteerd, zo gevarieerd mogelijk. Ze denkt niet in termen van discipline, genre of stijl, maar ze kijkt voortdurend, elke seconde opnieuw, of iets klopt of niet. "Het verhaal moet op de best mogelijke manier verteld worden." (Scenes feb 2015)